Home » Nieuws » Nationaal » 10 vragen aan 10 beloftevolle tieners: Hanne Maudens
Hanne Maudens - Foto: Jasper Jacobs

10 vragen aan 10 beloftevolle tieners: Hanne Maudens

Een nieuwe rubriek zag zaterdag al het levenslicht. In ’10 vragen aan 10 beloftevolle tieners’ gaan wij op zoek naar 10 beloftevolle Belgische scholieren om 10 (interessante) vragen te stellen. Eerste in de reeks was Lotte Scheldeman, nu is het de beurt aan Hanne Maudens. De 17-jarige verspringster van Vlierzele Sportief wist op de EYOF vorig jaar te Utrecht richting zilver te springen en plaatste zich dit jaar op de EYOT in Baku al voor de Olympische jeugdspelen later deze maand in Nanjing. Maudens is bovendien een erg goede meerkampster. Dat bewees ze in het eerste weekend van augustus nog maar eens door Vlaams kampioene te worden in een derde prestatie aller tijden (maar ook een Belgisch record met de kogel van 3kg).

Hanne Maudens - Foto: Tomas Sisk
Hanne Maudens – Foto: Tomas Sisk

1) Op welke manier ben je met atletiek in contact gekomen? Via familie, vrienden, tv of internet(of op nog een andere manier)?

“Mijn mama ging vaak in het bos lopen en op den duur gingen we wel eens mee met haar. Van het ene kwam het andere en de interesse was gewekt. Daarom sloot ik me aan bij Vlierzele Sportief. De atletiek op de televisie heeft daar natuurlijk ook aan meegeholpen.”

2) Hoe combineer je atletiek met school? Als je de kans krijgt overweeg je dan een topsportschoolopleiding te volgen of een topsportstatuut te verkijgen?

“Aan de topsportschool heb ik nooit aan gedacht eigenlijk. Ik heb nog geen statuut omdat het de afgelopen jaren lukte zonder, maar mijn schooldirecteur, die mijn prestaties ook wat volgt, heeft me aangeraden om voor het laatste jaar humaniora er toch één aan te vragen en dat ben ik nu ook van plan.”

3) Je gaat naar Nanjing voor de verspringcompetitie maar je bent ook kersvers Vlaams kampioen op de zevenkamp met de derde prestatie aller tijden, gaat er een voorkeur uit naar één van beide of doe je dit allebei even graag?

“Ik doe liever aan meerkamp vooral omwille van de veelzijdigheid in trainingsarbeid. In Nanjing is er geen meerkamp en daarom ga ik daar aan het verspringen deelnemen. Had er een meerkamp op het programma gestaan dan had ik zeker daarvoor geopteerd.”

4) Wat vind je van de limieten voor kampioenschappen in België, zijn ze te scherp? Denk je dat dit vooral om financiële redenen draait of wil de federatie zorgen zoals andere landen voor kleine kwalitatieve delegaties zoals Frankrijk het met succes deed op het WK indoor?

“Het financiële plaatje speelt zeker een rol maar als de limieten erg scherp staan is er een zekerheid op mooie prestaties als de atleten het niveau van hun selectie op het kampioenschap kunnen herhalen. Maar misschien moet er eens opnieuw gekeken worden naar de limieten voor jeugdkampioenschappen aangezien veel jonge, talentvolle atleten in België een internationaal kampioenschap mislopen door de al dan niet te scherpe limieten. Dit kan demotiverend werken en als ze dan ooit toch op een kampioenschap geraken missen velen de ervaring die ze als jeugdatleet hadden kunnen opdoen.”

5) Als je zou moeten kiezen tussen het EYOF-kampioenschap of het EYOT, wat was dan de mooiste ervaring?

“In Utrecht was het plezanter! Er was meer sfeer dat kwam grotendeels door de grote delegatie en ook omdat er niet alleen atletiek op het programma stond. In Baku was de sportieve beleving net beter, het was nog net iets professioneler en het niveau lag een stuk hoger maar we waren met een kleine delegatie en er stond alleen maar atletiek gepland. Dan zou ik niet willen kiezen eigenlijk. Het waren immers  twee mooie ervaringen en Utrecht was misschien net iets aangenamer qua sfeer maar Baku was dan sportief een trapje hoger dus ik zet ze op gelijke hoogte.”

6) Je verbeterde deze winter  het Belgisch record indoor op de vijfkamp en je kwam met 6m11 op gelijke hoogte met het BR van Marjolein Lindemans. De vraag is dan of je deze zomer ook nog op zoek gaat naar de outdoorrecords of is dat geen must?

“Op de meerkamp verwachtte bijna iedereen een nationaal record omdat we met een lichtere speer en kogel hoeven te gooien en ook omdat de horden lager staan dus dat zat er zeker in en het lukte meteen op het Vlaamse Kampioenschap. Hopelijk kan het record op het verspringen ,6m23 van Sandrine Hennaert te ST.Ghislain in 1989, er in China aan.”

Foto: Tomas Sisk
Foto: Tomas Sisk

 7) Utrecht, Baku en nu Nanjing, je hebt al ervaring op internationale kampioenschappen. Hoop je dat die ervaring in China ook van pas komt (stress, voeding etc.)?

“Utrecht was de eerste internationale ervaring en daar kwam heel wat stress mee gepaard, maar in Baku had ik veel minder last van stress. Vooral de uren waarop er gegeten konden worden zorgden in Utrecht voor de nodige stress, in Baku verliep alles een pak vlotter vooral ook omdat alleen de atletiekcompetitie daar was. Nanjing zal wel een pak groter worden dan Utrecht en Baku maar daarvoor heb ik geen schrik.”

8) Met welke doelstelling vertrek je naar Nanjing? Zit er volgens jou een top 5-plaats in mits een sprong boven de 6m20?

“Ik heb al eens naar de concurrentie gekeken en Europa lijkt het hoogste niveau te halen dus een podiumplaats lijkt haalbaar mits een sprong boven de 6m20. Als ik het Belgisch record kan verbeteren zou dat alvast fantastisch zijn.”

9) Hoop je dat je met deze ervaring ook ooit op de Olympische Spelen komt te staan?

“Ja, dat is de droom natuurlijk. De organisatie en omkadering zijn al heel professioneel. Het niveau is nog net niet hetzelfde omdat  sommige landen ontbreken zoals  bijvoorbeeld Nederland, maar het is alvast een mooie opstap richting Olympische Zomerspelen van Rio in 2016 en vooral Tokyo in 2020.”

10) Als je het kan opnemen tegen elke atleet uit de geschiedenis, tegen wie zou je dan het liefst uitkomen?

“Jessica Ennis op de zevenkamp, maar die heeft nu net een kindje dus toch even wachten tot ze haar comeback maakt. Wat nu iets realistischer lijkt is een duel met Nafissatou Thiam, dus hopelijk kan ik het binnen een paar jaar eens opnemen tegen haar.”

 

Uitzonderlijke dank aan Quinten Lafort voor deze bijdrage.