Het moest een afscheid van de Belgische veldloopwereld in schoonheid worden voor Lander Tijtgat in Roeselare. Een uitgetrapte spike in de tweede ronde besliste daar gisteren anders over. De 38-jarige atleet van ALVA verloor méér dan een minuut door het voorval en begon vervolgens aan een inhaalrace om u tegen te zeggen. Het leverde hem een 13de stek op ruim anderhalve minuut van winnaar Michael Somers. Verleent de selectiecommissie hem morgen gratie, of lijkt dat ijdele hoop? 

Nog één allerlaatste keer wilde Lander Tijtgat op Belgische bodem knallen. Dat bewees de immer gretige atleet door als eerste de forcing te voeren op de CrossCup in Roeselare. In de tweede ronde liep het echter grondig fout. Isaac Kimeli tikte Tijtgat aan en de spike van Tijtgat kwam door het contact onder diens hiel te zitten. “In normale omstandigheden heb je die spike zo opnieuw aan, maar door de blubber en de enorme koude kreeg ik dat niet in orde. Ik moest mijn handschoenen uitdoen en veters helemaal losmaken, alvorens ik de spike opnieuw kon aanbinden. Het was een hels karwei en dan moest de inhaalrace nog beginnen”, aldus Tijtgat.

De onfortuinlijke atleet sloot zijn laatste CrossCup-avontuur af als 13de op 1’36 van winnaar Michael Somers. Een korte studie van de tussentijden levert het volgende op. Tijtgat voerde de ruime kopgroep aan bij het ingaan van de tweede ronde. In die tweede ronde verloor de ouderdomsdeken door het voorval met de spike 1’08 op de kopgroep met daarin ook de latere top drie (Somers, Kimeli en Nicolaï Saké). Voorin legden de toppers hun derde ronde af in 5’54, Tijtgat slalomde in de achtergrond naar 5’57. Kimeli ging in ronde vier aan de boom schudden en tekende met een tussentijd van 5’42 mogelijk ook zijn doodvonnis. Somers opteerde voor een iets meer gematigde aanpak en zou 5’49 noteren, om vervolgens gelijke tred te houden met Kimeli in de voorlaatste ronde (5’57). Tijtgat nam wat gas terug en noteerde 6’02 en 6’08 vooraleer hij aan zijn laatste ronde op Belgische bodem begon. De slotronde, inclusief zegegebaar, legde de latere winnaar af in 6’01, Kimeli had ruim 20 seconden meer nodig om die ultieme ronde af te haspelen. Saké kon evenmin onder zes minuten blijven in het slot. Tijtgat liep zijn laatste ronde even snel als de nummers één en drie.

Een wat-als-analyse leidt dan tot volgende conclusie: Tijtgat verliest vanuit een verloren positie uiteindelijk 27 seconden op winnaar Somers, los van het voorval in ronde twee. In een wereld zonder uitgetrapte spike zou hij op basis van de tussentijden vanaf ronde drie dus als vierde finishen op tien seconden van een mogelijke podiumplaats. Durft de selectiecommissie zich op tussentijden beroepen, in de wetenschap dat er zo mogelijk een gevaarlijk precedent wordt geschapen? Als het van zijn naaste belagers afhangt, dan moet Tijtgat er altijd bij zijn in Dublin. Geeft de gunfactor dan toch de doorslag? U hoort of leest het morgen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in