In amper 19 maanden van 800m-loopster naar profwielrenster in de Ronde van Vlaanderen: het klinkt als een dromerig filmscenario en toch is dat exact het parcours dat Annelies Nijssen heeft afgelegd. De vroegere pupil van Rik Didden vertelt hoe ze bij Lotto Intermarché Ladies terechtkwam, hoe haar oud-trainer een belangrijke rol blijft spelen en wat de belangrijkste verschillen zijn tussen het atletiek- en het wielerbestaan.
Tot enkele maanden geleden was Annelies Nijssen vooral een vertrouwde naam voor atletiekfanaten die de 800m en het veldlopen nauwgezet opvolgen. Wie vandaag haar naam nog op een startlijst wil terugvinden moet echter ook een mondje wielrennen kunnen meespreken. Nijssen maakte een stormachtige ontwikkeling door op de fiets en mag zich, slechts anderhalf jaar na haar laatste 800m, al profrenster bij de Lotto Intermarché Ladies noemen. Eind februari 2025 begon ze serieus te fietsen. Twee weken geleden stond ze aan de start van het belangrijkste sportevenement van ons land, de mythische Ronde van Vlaanderen. Nijssen reed die ook uit en finishte als 54ste. Dit weekend staat met de Amstel Gold Race alweer een nieuwe topklassieker op het programma.
“Ik besef ook dat dit niet meteen de normale gang van zaken is. Het is allemaal heel snel gegaan”, blikt ze zelf terug. Dat vraagt om een woordje uitleg.
De 23-jarige Limburgse stond in de atletiek te boek als een groot talent. Ze betwistte twee Europese veldloopkampioenschappen en een EK junioren op de piste. De zesde juniore uit de Belgische geschiedenis stond zelfs in de finale van het WK U20 van 2021. In juni 2024 liep ze met 2’03″30 haar allersnelste 800m. Haar pad lag echter ook bezaaid met een hele hoop blessures. Een eindeseizoenswedstrijd in september van haar PR-jaar zou uiteindelijk de laatste 800m uit haar loopbaan worden.

“Eind 2024 begon ik aan mijn voorbereiding op het indoorseizoen, maar tijdens de eerste training voelde ik alweer die herkenbare pijn van een stressfractuur. Dat betekende een streep door de wedstrijdplannen en ik was aangewezen op fietsen als alternatieve training. De blessure genas slecht waardoor het duidelijk werd dat ik ook de start van het zomerseizoen niet ging halen. Omdat ik competitief ben en graag afzie, sprak ik met mijn trainer af om een paar wielerwedstrijden te doen en tegelijkertijd het lopen weer op te bouwen. Uiteindelijk bleef lopen pijn doen terwijl fietsen zonder pijn kon en steeds beter ging. Eind 2025 heb ik dan de knoop doorgehakt om te stoppen met atletiek en heb ik definitief voor de fiets gekozen.”

De stap van fietsen als alternatieve training naar meteen competitief meedraaien is opmerkelijk en indrukwekkend. Het traject van Nijssen doet denken aan dat van Jonas Geens. Hoewel hij niet dezelfde hoge toppen scheerde in de atletiek, begon ook hij pas na zijn 20ste met wielrennen door blessureleed bij het lopen en schopte hij het daarna tot in de grootste voorjaarsklassiekers.
“Aanvankelijk was mezelf amuseren het belangrijkste op de fiets. Andere lopers zeiden dan wel dat ik hard fietste, maar ik vroeg me toch af hoe ik dat nu echt moest inschatten. Niet uit de wielerwereld komende wist ik niet waar te beginnen, maar een inspanningstest toonde dat mijn niveau echt wel oké zat. Daarna heb ik zelf contact opgenomen met team Belco-Van Eyck, waar ik eens mocht meerijden op training en uiteindelijk ben kunnen aansluiten.” In die periode reed Nijssen zich in de kijker met een aantal mooie resultaten en door op het BK de vroege vlucht te kleuren. Dat avontuur zou pas op 4 kilometer van de meet ten einde komen.
Haar intrede in het wielrennen bleef niet onopgemerkt. Nijssen kon prof worden bij Lotto Intermarché Ladies en sloot dus ook haar atletiekhoofdstuk af: “Ik heb van hen een ongelofelijke kans gekregen en zet nu alles op alles om die ten volle te grijpen. Ik heb altijd heel graag gelopen en heb mooie dingen kunnen verwezenlijken in de atletiek, maar er is ook wel een reden dat ik gestopt ben: de blessures namen het plezier weg. Het geeft veel voldoening om weer iets terug te krijgen voor mijn inspanningen. Hoe dan ook blijven al die jaren training en ervaring mijn basis, ook qua maturiteit en persoonlijke groei. Ik heb in de atletiek gedaan wat met mijn lichaam kon, maar nu wil ik van dit nieuwe pad genieten.”

Dat nieuwe pad vertoont gelijkenissen met het oude, maar er zijn ook belangrijke verschillen: “Afzien is voor mij superplezant en dat vind ik ook in het wielrennen terug. Het is wel anders: de mentale strijd van een 800m lijk ik in een koers wel vijf keer te beleven. Qua training is het nu tijdsintensiever en moet ik meer uren maken, maar net zoals in het lopen ben ik nog steeds met drempeltrainingen en sprintjes bezig. Duurlopen doe ik nog maximum twee keer per week, maar dat is nu puur voor het plezier.”
De grootste verschilen ziet Nijssen in de omkadering: “Dat stopt eigenlijk niet. Op atletiekstage ga je in de meeste gevallen met je trainer en andere atleten. Hier is er een masseur aanwezig, een kok, een osteopaat, een ploegleider, mechaniekers en dat lijstje gaat nog even door. Zelf hoef je niets meer te doen behalve fietsen.”
Door haar carrièreswitch moest Nijssen ook haar trainingsgroep vaarwel zeggen, maar ‘uit het oog’ betekende in dit geval allerminst ‘uit het hart’: “Stoppen met atletiek betekende ook stoppen met trainen bij Rik (Didden; red.). Dat vond ik heel jammer. We hebben nog steeds wekelijks contact en vaak zelfs meer. Hij volgt mijn wedstrijden en blijft up to date met hoe het gaat, op de fiets en in het leven. Over de trainingsinhoud gaat het niet. We hebben altijd een heel goede band gehad en het is fijn dat die er nog steeds is.”

Wat voor type renster Nijssen zal worden, weet ze zelf nog niet: “Ik vind het heel leuk als het zwaar is, maar ik heb nog zo veel te ontdekken en te leren. In Valencia reed ik in februari mijn eerste buitenlandse meerdaagse wedstrijd, maar ik liep in de tweede rit een hersenschudding op. Enkele weken geleden reed ik dan plots Dwars door Vlaanderen en daarna de Ronde. Het zijn allemaal nieuwe ervaringen. Voor mij is het ook nog steeds moeilijk om in te schatten welke verwachtingen ik mag hebben of wat nu juist een goed resultaat is. Feit is alleszins dat er nog veel bergjes aan zitten te komen en dat ik die ga nemen zoals ze komen.”











![Belgische toppers maken zich klaar voor nieuwe nationale titelstrijd in Brussel [voorbeschouwing]](https://www.atni.be/wp-content/uploads/2024/05/Brussel_IFAM24_1888-218x150.jpg)

![Wie tankt vertrouwen richting EK op eerste individuele CrossCup-manche? [voorbeschouwing]](https://www.atni.be/wp-content/uploads/2022/02/220220_CROSSCUP_HANNUT-83-218x150.jpg)


![Volg dag 2 van het BK AC in Brugge op de voet [live-updates]](https://www.atni.be/wp-content/uploads/2023/07/DSC08844-218x150.jpg)
![Volg dag 1 van het BK AC in Brugge op de voet [live-updates]](https://www.atni.be/wp-content/uploads/2022/06/Gentbrugge_BK22_2133-218x150.jpg)

