U kon er de voorbije maanden moeilijk om heen: de Belgische junioren liepen record na record op de 100m en de 4x100m. Hoe moeten we die hoogconjunctuur in de jongste volwassenen-categorie verklaren en wat kunnen de jonge Belgen op het WK junioren in Eugene dat morgen van start gaat? We legden ons oor te luister bij Tom Du Pan en Lieve Van Mechelen, twee sprinttrainers die naar een breed scala aan factoren wijzen.
| Lieve Van Mechelen (hierna: LVM) is de nationale 4x100m-coach van de mannen senioren en is daarnaast ook de persoonlijke trainer van een groep snelle mannen en vrouwen, waaronder toppers als Simon Verherstraeten en Kobe Vleminckx. |
| Tom Du Pan (hierna: TDP) is trainer binnen de sprint/horden-werking van Atletiek Vlaanderen. Nationaal is hij hoofdcoach 4x400m voor de beloften en junioren. Daarnaast ondersteunt hij Denis Sohet bij de begeleiding van de jeugdige 4x100m-teams. |
Als we de all time juniorenranglijsten op de sprint erbij nemen, dan zien we een opvallend groot aantal nieuwe namen. Velen daarvan figureren bovendien in de hoogste regionen van de lijsten. De afgelopen maanden sneuvelden de Belgische records op de 100m én de 4x100m bij zowel de mannen als de vrouwen. Ilona Dhaenens, Bright Otiora en Lore Foesters kwamen op die manier in de spotlights te staan.
Dhaenens liet ook op seniorenniveau van zich spreken door in de BK-finale naar 11″19 te razen en het zilver binnen te halen op de 100m. Die chrono kwam een week te laat om individueel aan te mogen treden in Eugene, maar vooor de relay-teams is ze er wel bij.

Dit jaar maakten 6 atleten hun intrede in de historische junioren-top 10 van de 100m. Vorig jaar deed ook Camille Sonneville dat, zij werd intussen als eerstejaarsbelofte geselecteerd om deel uit te maken van het Belgian Rockets-team op het EK senioren in Birmingham. Naar het WK U20, dat morgen van start gaat, trekt België met een volledige bezetting voor de 4x100m en twee individueel geplaatste mannen op de 100m.
|
All time ranking junioren 100m |
|||
|
Mannen |
Vrouwen |
||
| Bright Otiora (2026) | 10″18 | Ilona Dhaenens (2026) | 11″19 |
| Sam Van Dooren (2026) | 10″24 | Lore Foesters (2026) | 11″50 |
| Rune Vandezande (2026) | 10″28 | Kim Gevaert (1997) | 11″52 |
| Julien Watrin (2010) | 10″39 | Anne Zagré (2009) | 11″52 |
| Anthony Ferro (1999) | 10″44 | Rani Rosius (2019) | 11″55 |
| Patrick Stevens (1987) | 10″48 | Camille Sonneville (2025) | 11″55 |
| Stefaan Allemeersch (1990) | 10″49 | Mariam Oulare (2021) | 11″62 |
| Robin Quenoi (2026) | 10″51 | Karin Verguts (1979) | 11″65 |
| Bart Buffel (1988) | 10″54 | Naomi Van den Broeck (2015) | 11″65 |
| Ibrahim Camara (2023) | 10″55 | Sandrine Hennart (1991) | 11″73 |

Recordregen in Mannheim
Om de olifant in de kamer maar meteen te benoemen: het Belgisch record van Otiora en de twee volgende toptijden op de 100m langs mannelijke zijde werden allemaal in dezelfde race op het Junioren Gala in Mannheim gelopen, een wedstrijd waar die dag veel wind leek te staan. De meting gaf in de A-finale van de 100m weliswaar een geldige +0.7 m/s aan.

TDP: “Ik was aanwezig en er stond inderdaad veel wind, maar die ging een beetje alle kanten op. Naar mijn aanvoelen was er tegenwind in het begin en meewind op het einde van de rechte lijn. Die race is wat hij is en staat nu in de boeken. Het was een beetje jammer om achteraf te merken dat er zoveel gretigheid was om afbreuk te doen aan de prestaties van deze jonge atleten. Meteen na de wedstrijd hadden we er met die jongens ook al over gebabbeld en iedereen was gewoon realistisch. Ze moeten het positieve onthouden: dat ze die tijden hebben gelopen en dat ze de snelheid dus in de benen hebben. Dat komt niet vanzelf. De recordtijden hebben we inderdaad nog niet teruggezien, maar de jongens in kwestie zijn sindsdien wel heel mooie chrono’s blijven neerzetten.”
Om Du Pan’s punt te staven: Bright Otiora was na Mannheim nog goed voor 10″33 en 10″35, Rune Vandezande en Sam Van Dooren klokten sindsdien met een beperkte wedstrijdkalender 10″41. Ook buiten Mannheim is Otiora dus twee keer onder het oude BR van Julien Watrin gedoken en de andere heren waren met hun tweede beste chrono’s eveneens de top 4 aller tijden binnengekomen.
LVM: “De wedstrijd is gehomologeerd: punt, amen en uit. Het is hoe dan ook superstraf dat ze die snelheden met hun benen hebben kunnen ronddraaien. Als mijn eigen atleten deze tijden zouden lopen, zou mijn verhaal alleen maar positief kunnen zijn. Ook als er te veel wind stond.”

Hoe kunnen we de opmars van zoveel snelle jongeren op hetzelfde moment uitleggen?
LVM: “Bijna niets heeft één allesverklarende uitleg, het gaat meestal om een gunstige samenloop van positieve factoren. Om te beginnen is er sowieso sprake van een sterke lichting. Dat is wel zo’n beetje de noodzakelijke voorwaarde. We hadden in onze wintertests voor de Falcons ook al gezien dat er bij deze groep heel veel potentieel zat.”
TDP: “Wat we dit jaar bij de junioren zien is een voortzetting van wat er de voorbije jaren al aan de gang was. Eén van mijn eigen atleten liep in 2025 het BR scholieren. Je zou denken dat je dan kan domineren, maar het niveau lag zo hoog dat ook hij regelmatig geklopt werd. Deze generatie staat heel sterk in de breedte, zowel bij de jongens als bij de meisjes. Vorig jaar stonden de 4x100m-dames op het EK U20 met een team waarin drie van de vier starters eerstejaars juniore waren. Dat het bij de mannen en vrouwen op hetzelfde moment komt is ergens wel toeval denk ik.”
LVM: “De voorbeeldfunctie en het streefdoel dat de seniorenploegen vormen, maken een wezenlijk verschil lijkt me. Voor de mannen volgen we het prestatieniveau statistisch op en zien we een drastische stijging bij de jeugd sinds de oprichting van de Belgian Falcons in 2022. Ik vermoed dat het bij de vrouwen vergelijkbaar zal zijn, want toekomstperspectief motiveert en inspireert. Het geloven in jezelf en je mogelijkheden is moeilijk in kaart te brengen, maar is ontegensprekelijk cruciaal om de allerbeste prestatie uit je trainingsarbeid te halen.”

LVM: “Talent blijft talent als je er niet zorgvuldig mee omspringt en daarbij is een superbelangrijke rol weggelegd voor de trainers. Ik denk dat die vandaag algemeen op een veel hoger niveau staan dan vroeger. De wereld ligt veel meer open dankzij sociale media. Kennis over trainingsdidactiek, biomechanica, frontside mechanics of andere technische aspecten: ze zijn veel beter verspreid en gemakkelijk toegankelijk geworden. Een goede wisselwerking tussen individuele coaches en de federaties is noodzakelijk: als die verhouding positief is, worden er win-wins gecreëerd waar de atleten van profiteren.”
TDP: “Het mooie is dat dit een generatie is waar duidelijk verbondenheid heerst. Toen ze nog scholieren waren, zaten veel van deze atleten al vol ongeduld te wachten op een eerste mail om aan het traject richting Eugene te beginnen. Ze willen echt samen iets bereiken voor ze aan de seniorenteams beginnen denken: de sterke individuele prestaties werden besproken met een focus op wat ze op dit moment voor de juniorenteams konden betekenen. Zo’n sfeer is geen sinecure in een individuele sport en werkt versterkend.
LVM: “Ik zie ook dat er op dat vlak iets verschoven is tegenover pakweg 15 jaar geleden, niet alleen in België maar ook op mondiaal niveau. De wederzijdse gunfactor is veel groter geworden. Eind juni waren we met de mixed 4x100m op de Diamond League van Parijs. Mijn partner Kristof Beyens (die zelf vierde werd op het EK in 2006 en meermaals tot in de halve finale geraakte op het WK en de Olympische Spelen; red.) was daar ook bij en maakte de reflectie dat het er nu een stuk minder vijandig aan toe gaat dan in zijn tijd. Toen was het Koude Oorlog op de opwarmingspiste en speelden ze mentale spelletjes, nu maken ze plaats voor elkaar in plaats van kegeltjes weg te halen.

TDP: “Talentvolle atleten benaderen hun sport nu al van heel jongs af aan met een grote sérieux. Ik geloof zelf ook dat je niet te lang moet wachten om dat te faciliteren. Die veranderde mindset maakt dat het prestatieniveau hoger ligt, maar ‘al een junior’ is tegelijk ook ‘nog maar een junior’. Dat is een balans waar je mee bezig moet zijn om topsport een duurzaam pad voor de lange termijn te maken.”
Wordt dit WK junioren het eerste wapenfeit van een gouden sprintgeneratie?
TDP: “De aflossingsteams hebben inderdaad al supersterke tijden gelopen, maar vooral: er is een enorme sterkte in de breedte. In Mannheim liepen de mannen het meest recente nationale U20-record van 39″80. Daarmee is België dit jaar negende in de wereld. In die ploeg liep een hordenloper, de nummer vijf en de nummer zeven van onze nationale jaarlijst mee. Een aflossing is veel meer dan de optelsom van individuele tijden, maar dat is toch veelzeggend over wat er nog meer mogelijk is.”
Mag er in Eugene dan gedroomd worden van medailles als het allersnelste team aantreedt?
TDP: “We mogen ambitieus zijn: bijna alle teams zijn er op basis van een stevige limiet en zijn dus finalewaardig. Het WK wordt wel geen gemakkelijk kampioenschap. We hebben twee individueel geplaatste atleten en gaan naast de aflossingen per geslacht ook in de gemengde estafettes in actie komen. Omdat de selectiecriteria streng waren is het daarnaast lang niet ondenkbaar dat de indviduele atleten goed voor de dag zullen komen en de eerste ronde zullen overleven. Op een kampioenschap van vijf dagen is dat een korte opeenvolging en grote belasting. Samen met hun coaches zullen die atleten zelf een weloverwogen afweging moeten maken. Daarvan hangt veel af.

![Alle info om het WK junioren in Eugene te volgen [programma, livestream, resultaten]](https://www.atni.be/wp-content/uploads/2025/12/JM1_6310-218x150.jpg)

![Rani Vincke greep naast EK-ticket omdat ze door niet-openbare regel al uit ranking geschrapt was: “Staat nergens vermeld” [Interview en open brief]](https://www.atni.be/wp-content/uploads/2026/08/6S3A0515-218x150.jpg)
















