Op de tweede dag van het Junioren Gala in Mannheim hebben vier jonge Cheetahs de limiet voor het WK U20 gelopen. Maya Wintquin, Ellemieke Maenhoudt, Marie-Lou Warnier en Sterre Provost werkten de 4x400m af in 3’40″92, ruim een seconde onder het opgelegde minimum. Zo zijn ze al het derde estafetteteam dat zich weet te plaatsen voor het kampioenschap in Eugene begin augustus, naast twee 4x100m-ploegen.
Op de eerste dag van het Junioren Gala zetten de Belgische sprinters zaterdag het Duitse Mannheim op stelten. Lore Foesters liep het door Kim Gevaert en Anne Zagré gedeelde BR junioren over 100m van de tabellen met 11″50 en Bright Otiora knalde eveneens naar een BR junioren van 10″18. Hij plaatste zich samen met Sam Van Dooren, die 10″24 liep, voor Eugene en zag ook Rune Vandezande een straffe 10″28 klokken. Een 4x100m-team bestaande uit Rafael Franzini, Jaden Coley, Lucas Van Nespen en Van Dooren stormde daarna ook nog naar 39″80 en scherpte daarmee het BR junioren van enkele weken geleden aan. Op de gemengde 4×100 aflossing werd er finaal ook nog een Belgische U20-besttijd van 42″32 gepresteerd. Daarvoor waren Robin Quenoi, Lauren Petroci-Coninx, Jari De Proft en Ine Impens verantwoordelijk. Aangezien er zowel een mannen- als vrouwenteam voor het WK in Eugene geplaatst is, zal daar ook aan de gemengde aflossing mogen deelgenomen worden.

Alsof die overvloed nog niet volstond deden Maya Wintquin, Ellemieke Maenhoudt, Marie-Lou Warnier en Sterre Provost op de tweede dag nog hun duit in het zakje. De jonge Cheetahs lieten op de 4x400m de WK-limiet van 3’42″37 comfortabel achter zich en finishten na 3’40″92. Het scheelde zelfs niet bijzonder veel of er was ook nog een vierde team bijgekomen: Louis Smeets, Victor De Spiegeleire, Paul Noirhomme en James Noels klokten 3’11″57, oftewel zeven tienden boven hun limiet.
Critici zetten vraagtekens achter 100m mannen
Over de prestaties in de individuele 100m bij de mannen ontstond nadien wat ophef op sociale media. De meeste atleten in de wedstrijd liepen namelijk stevige persoonlijke records, sommigen goed voor enkele tienden. Anonieme critici, maar ook andere atleten, trokken daarop de juistheid van de uitslag en met name de windmeting in twijfel. De hevig wapperende vlaggen in de achtergrond waren koren op hun molen. Feit is evenwel dat de windmeter +0.7 meter per seconde aangaf; en dat prestaties met minder dan +2.0 meter per seconde rugwind gewoon de boeken in mogen. Bewijs voor een foute meting is er niet, dus objectief gezien valt er helemaal niets op de uitslag aan te merken.
Kritiek op uitslagen met een groot aantal records valt wel vaker voor en is eigen aan een sport waarin wind een enorme rol speelt, zowel in het voordeel als in het nadeel. In het verleden kwam aerodynamica-professor Bert Blocken hier aan het woord over zijn onderzoek rond de tijdwinst die kledingkeuze en haarstijl op korte atletieknummers kunnen opleveren. Recent publiceerde hij ook over het voordeel dat marathonlopers kunnen halen uit het achterin schuilen in een tempogroep. In dat eerste interview over aerodynamica in de atletiek bekritiseerde hij al de manier waarop wind wordt gemeten in deze sport, met één meter op één enkele plaats.

Een anomometer maakt een juiste meting van de windsnelheid in de opgemeten periode – bij een 100m is dat het gemiddelde van de 10 seconden na het startschot – maar geeft daarom nog geen volledige weergave van de werkelijke omstandigheden. De windmeter geeft louter weer hoe de wind in de opgemeten periode blies op dat ene punt waar hij staat, net naast de binnenbaan op 50m van de finishlijn. De windsterkte kan daar echter verschillen van andere plekken in het stadion. Tribunes en gebouwen maken van elke atletiekpiste een unieke omgeving. Kijk maar naar het veld in Ramona, waar de verste discusworpen ooit worden opgemeten en waar de allerbeste atleten ettelijke meters verder gooien dan in stadia. Bovendien kan het resultaat van een windmeting gemanipuleerd worden door een object dat voor de anemometer staat, maar dat was hier duidelijk niet het geval.
Kijk: de 100m-wedstrijd waarin Bright Otiora 10″18 loopt, Sam Van Dooren 10″24 en Rune Vandezande 10″28.













