Afgelopen weekend stond in functie van de clubs, maar dit weekend gaan heel wat atleten (een eerste keer?) voor eigen succes. Daarvoor trekken ze naar het Koning Boudewijnstadion waar opnieuw een tweedaagse van de IFAM doorgaat. Naast nationale blikvangers zoals Helena Ponette, Michael Obasuyi, Paulien Couckuyt en Ruben Verheyden komt er naar goede gewoonte ook een hele delegatie internationaal talent overgewaaid. We loodsen jou door de startlijst.

De weergoden zitten alvast mee en op de startlijsten schitteren eveneens enkele namen waar we warm van worden. De mei-editie van de IFAM belooft wederom niet teleur te stellen. De 400m, het eerste individuele nummer in het hoofdprogramma op zaterdag, zet meteen de toon. Helena Ponette opent er namelijk haar outdoorcampagne en gaat mogelijk op zoek naar de EK-limiet van 50″88. Vrij vertaald betekent dit dus dat de studente geneeskunde, die de afgelopen maanden heel wat tijd in haar studies stak, 24 honderdsten sneller dan ooit moet. De Ierse Sharlene Mawdsley is in topvorm, getuige haar kersvers PR van 50″52, en kan een perfect mikpunt vormen voor Ponette.

Foto: Jolien De Bock

Bij de mannen hoeft Dylan Borlée zich geen zorgen meer te maken over het EK-minimum. Hij moet pas in augustus in piekvorm zijn en kan zaterdag al eens een stand van zaken opmeten. Jonathan Sacoor heeft die rust nog niet en moet nog jagen op de gevraagde 45″15. Jonas Phijffers, de Europese beloftekampioen uit Nederland, topt dan weer het deelnemersveld.

Op de 100m is het talent van eigen bodem dat het veld aanvoert: Rani Vincke. Ze ontmoet heel wat internationale spurtbommen aan de start, maar ook haar collega’s van de Belgian Rockets Janie De Naeyer, Camille Sonneville en Marine Jehaes zullen op het appel verschijnen. Bij de mannen is tweevoudig Frans kampioen Ryan Zeze op papier de snelste met 10″10.

Liselot Smolders heeft zich met haar pijlsnelle 2’00″24 van eerder deze maand omgedoopt tot blikvanger op de 800m. Daarmee is ze al de nummer vier aller tijden in België. Kan zij opnieuw een hap van haar PR doen en de EK-limiet van 1’59″35 onder vuur nemen? Ook Tibo De Smet zal met een tripje naar Birmingham in zijn hoofd zitten en zal voor het eerst dit outdoorseizoen jagen op de gevraagde 1’44″40. Ruben Verheyden kiest dit weekend voor een snelheidstest alvorens hij zich weer op zijn geliefkoosde 1500m richt. Wie mogelijk nog limietambities heeft is Lucas Barra. De USBW-atleet heeft 1’47″00 nodig om een ticket richting het WK voor junioren veilig te stellen.

Foto: Jolien De Bock

Het hoofdprogramma op zaterdag wordt afgesloten met de 5.000m, waar twee internationale kleppers aantreden: Megan Keith en Laura Muir. Vooral die laatste heeft met medailles op alle grote kampioenschappen een palmares waar menig atleet jaloers op is. Al haar successen komen echter van de 1500m, maar de Britse toont zich klaar om een opstapje naar het langere werk in te zetten. Lisa Rooms hoeft zich dus geen zorgen te maken over de spankracht en kan hopelijk haar wagonnetje aanpikken richting een nieuwe recordtijd. Slaagt ze in die opzet, dan is de EK-limiet van 15’04″21 en de magische 15-minutengrens vlakbij. Febe Triest liep eerder dit jaar al 15’32 op de weg waardoor het op papier een formaliteit lijkt dat haar pisterecord van 15’58″80 de vuilbak in belandt.

Met Filip Ingebrigtsen heeft ook het veld bij de mannen een spraakmakende naam aan de start, al moet de Noor nog enkele snellere atleten voor zich dulden op de startlijst. Noah Konteh en Arnaud Dely kunnen iets verderop proberen opschuiven in de Belgische geschiedenisboeken. Wie naar alle waarschijnlijkheid ook de ranglijsten wil herschudden is Ilyes Druez. De eerstejaars junior maakt zijn debuut op de 5.000m en zou wel eens hoog kunnen binnenkomen. De WK-limiet van 13’47″25 wordt beter niet uit het oog verloren.

Foto: Ruben Redant

Zondag

De slotdag van de IFAM staat grotendeels in het teken van de hindernissen. Op de hoge horden wordt het onder andere uitkijken naar Amber Vanden Bosch, de nieuwe nummer zeven aller tijden nadat ze begin mei verraste met 13″07. Als ze zo’n tijd kan neerzetten zonder dichte concurrentie, wat kan de ZWAT-atlete dan op de snelle piste en met snelle tegenstand van onder meer de Nederlandse Maayke Tjin A Lim? Bij de mannen krijgen we een nieuw duel tussen Michael Obasuyi en Elie Bacari. Die laatste besliste pas in laatste instantie om toch deel te nemen nadat hij de voorbije maanden met blessures kampte. Zowel hij als Obasuyi zijn al zeker van een EK-deelname en komen wedstrijdritme opdoen.

Na enkele snelle 800m-races kiest Mariska Parewyck dit weekend nog eens voor een 1500m. Met de vorm zit het meer dan snor waardoor haar PR van 4’08″40 in groot gevaar is. De Belgische Luxemburger Ruben Querinjean is de op één na snelste man op de metrische mijl. Hij heeft goede herinneringen aan het Koning Boudewijnstadion nadat hij er vorig jaar de Memorial Van Damme won op de steeple en misschien kan die herinnering hem vleugels geven.

Foto: Jolien De Bock

Ook Paulien Couckuyt, ook al zeker van het EK, keert terug naar de piste waar ze haar record liep voor een nieuwe rendez-vous met de 400m horden. Het wordt haar tweede wedstrijd op dit nummer nadat ze vorige maand haar seizoen al opende in een zeer degelijke 55″47. Met Lina Nielsen treft ze alvast een goeie sparringspartner. Bij de mannen zijn het mogelijk ook Britten die de hoofdrol zullen vertolken. De vraag is in welke mate Mimoun Abdoul Wahab en Julien Watrin het hen moeilijk kunnen maken. Het duo weet ook wat er van hen verwacht wordt als ze naar het EK willen gaan. Abdoul Wahab heeft als belofte 49″34 nodig, Watrin moet onder de 48″77 duiken.

Delphine Nkansa kiest dit weekend voor de 200m, dezelfde afstand die ze op de interclub ook afwerkte. Toen snelde ze met tegenwind naar 23″42. Voor het EK wordt 22″75 gevraagd. De Naeyer en Vincke zijn er ook opnieuw bij om hun sprintdubbel compleet te maken. Emiel Botterman en Antoine Snyders zullen de Belgische eer hoog proberen houden bij de mannen. Zij moeten proberen afrekenen met kleppers als Eseosa Fostine Desalu, de olympisch kampioen van 2021 op de 4x100m.

Foto: Jolien De Bock

In het slotnummer, de 3.000m steeple, krijgt Clémentine Byl een nieuwe kans om het BR nog wat scherper te stellen. Zij is sinds vorige week met 10’07″88 al afgetekend de snelste junior op dit onderdeel, maar heeft mogelijk nog meer in de tank zitten. Voor Tim Van de Velde wordt het zijn eerste steeple van het seizoen. Met de EK-limiet al op zak moet er (nog) niets en wordt zijn topvorm nog niet nagestreefd.

Tenslotte worden er ook kansen gegeven aan de aflossingsploegen. De juniorenploegen op de 4x100m maken daar gretig gebruik van. Het mannenkwartet heeft 40″20 nodig, de dames 45″22.

Voor meer info, zoals het tijdschema en de resultaten, kan u hier terecht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in