Twee dagen voor de Memorial Van Damme spraken twee internationale kleppers de pers toe. Julien Alfred, de olympische 100m-kampioene, vertelde hoe zij vooral de strijd met zichzelf aangaat. 400m-wereldkampioen Collen Busang Kebinatshipi had het over zijn opmerkelijke opmars in amper vijf jaar als atleet en de rol die Botswana kan spelen in de mondialisering van de atletiek.
Julien Alfred: “Mijn grootste uitdager ben ik zelf: me versus me“
“Het is nu een stuk warmer dan de vorige keer dat ik hier was, dus dat is alvast een opsteker! Ik loop de 200m: de opdracht is om een goed uitgevoerde race te lopen en echt ‘Julien te zijn’. Ik wil bijleren over mezelf en de grenzen opzoeken van waar ik toe in staat ben. Mijn grootste uitdager ben ik zelf: ‘me versus me“. De tijd maakt me niet uit, maar winnen is wel belangrijk voor mij. Ik wil zoveel mogelijk titels pakken en de Diamond League-eindwinst is dus een grote afspraak voor mij.”
“Sinds mijn olympische titel is er veel veranderd voor mij in Saint Lucia. Vorig jaar was het lastig om mezelf daarin niet te verliezen. Ik vroeg me heel bewust af hoe een olympische kampioen zich zou moeten gedragen, maar ik slaag er nu veel beter in om te accepteren dat iedereen me kent en iets van me wilt. Ik vertrok al jong naar de VS en kijk ernaar uit om op een gegeven moment weer veel tijd op mijn eiland te spenderen. Nu blijft dat beperkt tot 5 of 6 korte bezoekjes per jaar.”
“Ik heb dit jaar niet superveel gelopen en dat komt doordat mijn team enorm bezig is met het bouwen van een lange carrière. Ik vertrouw hen volledig om de juiste keuzes te maken.”

Collen Busang Kebinatshipi: “Ik doe nog maar vijf jaar atletiek, sinds mijn zeventiende”
“Het is mijn derde keer hier, ik kijk ernaar uit om weer in het Koning Boudewijnstadion aan te treden. Er staat een supersterk veld dus dit wordt absoluut geen eenvoudige wedstrijd om te winnen, maar dat maakt het des te mooier als het lukt. Ik had voor dit seizoen geen grote doelen en wilde vooral plezier maken, maar ik heb de Diamond League-trofee nog niet en zou die nu toch heel graag in mijn kast zetten.”
“Deze generatie atleten is Botswana echt op de kaart aan het zetten. Dat geeft honger aan de volgende lichting en een mikpunt om naar op te kijken. Volgens mij is de trend nu ingezet en gaan we op de lange termijn blijven meespelen. Het begon met geloven in onszelf. Het talent was er altijd, maar Letsile Tebogo zijn olympische titel in 2024 zorgde voor een shift in ons denken.”

“Ik doe zelf nog maar vijf jaar atletiek, sinds mijn zeventiende. Daarvoor deed ik heel veel verschillende sporten, vooral voetbal en volleybal. Ik train nog steeds in Botswana met de trainer die me vanop het voetbalveld wegplukte. De voorbije jaren was ik vaak te bang en hield ik me in uit respect voor de tegenstanders, maar de wereldtitel heeft mij geholpen om dat juk van me af te werpen.”
“Het klopt dat ik ook al een snelle 100m liep (9″89 begin dit jaar; red.), maar dat zie ik vooral als snelheid die nodig is voor de 400m. Er liggen nog genoeg uitdagingen voor mij op dit nummer. Het wereldrecord is absoluut niet iets waar ik mee bezig ben, maar op de lange termijn is het natuurlijk wel een mogelijkheid. Ik heb een goed contact met wereldrecordhouder Wayde Van Niekerk. Hij is heel toegankelijk voor mij en staat me toe om veel van hem te leren. Mijn rolmodel was en is Isaac Makwala, tot op vandaag een mentor.”
“Ik denk dat atletiek, als de sport wil groeien, met de grootste meetings ook naar landen als Botswana moet komen. Waarom geen Diamond League in Botswana? Ik wil daar een pleitbezorger voor zijn. De World Relays waren speciaal en zullen voor zowel de atleten als de toeschouwers altijd iets onvergetelijks blijven. Laat ons dat verder benutten.”



















