Maandag breekt het hoogtepunt van de Europese atletiekzomer aan. Het eerste EK atletiek ooit op Britse bodem vindt plaats in Birmingham en mag door de versoepelde selectieregels een gigantische lading Belgen verwachten. Titelverdedigers Nafi Thiam en Alexander Doom zijn er net als Michael Obasuyi niet bij, maar ook zonder hen liggen er nog medaillekansen. In deze voorbeschouwing gaan we dieper in op de vrouwen die in actie komen op individuele nummers.

N.b.: De top 12 van de startlijst is op de sprintnummers (alles tot 400m horden) vrijgesteld van deelname aan de reeksen. Ook enkele Belgen genieten dat voordeel.

Paulien Couckuyt mag gerust een uithangbord van deze ruime EK-selectie genoemd worden. Met 53”90 over de 400m horden op de IFAM zette ze vorige week nog een uitroepteken achter haar medaillekansen. Die chrono maakt van haar namelijk de tweede snelste vrouw van Europa. Couckuyt wordt alleen voorafgegaan door Emma Zapletalova, de Slowaakse pupil van Belgisch aflossingenbondscoach Bram Peters die begin dit seizoen de Diamond League domineerde. Als vanzelfsprekend mag Couckuyt de reeksen overslaan.

“Emma voelt buiten schot en is anderhalve seconde sneller, maar ik ga het haar zo moeilijk mogelijk maken”, aldus Couckuyt op het persmoment zaterdag. “Ik wil naar die finale en daar droom ik luidop van de medailles. Sinds april heb ik geen blessures meer gehad en kan ik mijn energie in de juiste dingen steken in plaats van revalideren. Na Tokio vorig jaar wist ik dat er progressiemarge was, maar dat ik nu al zo snel zou lopen had ik niet verwacht.”

Foto: Jolien De Bock

Delphine Nkansa steekt dit seizoen in haar beste vorm ooit. De Belgian Rocket dook op de 100m voor het eerst onder 11”20 en kelderde haar PR tot 11”13. Dat soort chrono lijkt ook wel het absolute minimum te zijn om mee te kunnen spelen voor een finaleplek.”Ik heb zelf mijn huiswerk gedaan en denk aan 11″05, als het trager is dan is dat alleen maar positief. Als ik wat ik op training doe kan omzetten naar een wedstrijd heb ik dat in me en kan ik richting het Belgisch record van 11″04.” Net als voor Nkansa is het voor Rani Rosius evenwel niet onrealistisch om die ambitie koesteren. Zij liep dit seizoen 11”18 en heeft een PR van 11”10 staan. Nkansa heeft dankzij de uitbreiding van de selectie bovendien ook nog de 200m als opportuniteit om iets moois te tonen als Europees beloftenkampioene van drie jaar geleden.

Camille Laus en Mariska Parewyck staan allebei voor hun eerste 800m op een internationaal kampioenschap. Laus is al jaren een vaste klant op allerlei EK’s, WK’s en Olympische Spelen, maar kwam tot hiertoe steeds uit op 400 meters of de aflossingen. Voor Parewyck wordt het op haar 37ste een echte vuurdoop, want haar kampioenschapservaring beperkt zich tot het veldlopen. Op de startlijst staan de dames niet meteen bovenaan, maar de seizoenschrono zegt hoe dan ook weinig over hun kansen in een tactische serie. Halve finale halen zou een knappe prestatie zijn.

Foto: Michiel Reyntjens

België heeft vier ijzers in het vuur op de springnummers, waarvan twee in het hinkstapspringen. Aan de stille jaren na het atletiekpensioen van Svetlana Bolshakova werd een brutaal einde gemaakt door Ilona Masson en Saliyya Guisse. Vooral Masson, die de tweede Europese jaarprestatie van 14m55 liet noteren, zit Bolshakova op de hielen. Haar Belgisch record staat slechts drie centimeter scherper en leverde op het EK van Barcelona in 2010 een bronzen medaille op. Inspirerend, zou je denken. Ondanks haar medaillekansen heeft Masson geen grijntje meer EK-ervaring dan debutant Guisse, want het WK in Tokio vorige zomer was pas haar eerste kampioenschap.

Elien Vekemans en Merel Maes zaten allebei lang in het sukkelstraatje met blessures. Hoogspringster Maes is daar nog niet uit en sprong dit jaar maar één wedstrijd. Vekemans kon het tij wel op tijd keren na rugproblemen en een elleboogoperatie. Zij groeide in haar eerste wedstrijden weer naar het niveau van vorige zomer toe en klaarde voorlopig 4m60. Het BR van 4m73, het soort hoogte waarmee een EK-medaille speelbaar wordt,

Helena Ponette schudde in de reeksen van het BK een stevig PR van 50”80 uit de benen om zich op de valreep van het EK te verzekeren, al kwam de limiet die dat moment mogelijk maakte daarna natuurlijk wel te vervallen. Na maanden vol ziekenhuisstages en het afronden van haar geneeskundestudies had ze aan een aantal stevige trainingsweken genoeg om haar PR-vorm te bereiken. Dat doet het beste verhopen voor het perspectief dat ze met twee extra weken onder de gordel nog heeft. Ponette mikt op de finale, maar is als dertiende op de startlijst benadeeld doordat de meeste vrouwen voor haar een koers minder te lopen hebben.

“Een seizoen in het teken van een tijd of een seizoen in het teken van de ranking ziet er helemaal anders uit. Ik heb weinig te klagen omdat mijn vormpiek nu sowieso juist valt, maar ik heb wel wedstrijden gelopen – op zoek naar een tijd – die ik voor de ranking eigenlijk niet nodig had. We hebben gewoon duidelijke regels nodig die lang op voorhand bekend zijn en vaststaan. Ik ben blij dat hier nu veel atleten staan die initieel niet geselecteerd waren. De keuze van nationale federaties om niet iedereen mee te nemen filtert gewoon de subtop weg. Het resultaat is een toernooi op twee snelheden, met de geselecteerde top en een doorgeschoven tweede groep.”

Foto: Michiel Reyntjens

Yanla Ndjip-Nyemeck toonde zich dit seizoen meesterlijk constant en werd sinds begin mei alleen door stevige tegenwind nog boven de 13-secondengrens gehouden. Tegelijk bleef ze naar eigen zeggen toch nog wat op haar honger zitten. Haar PR en gedeeld BR van 12”71 kon ze nog niet aanvallen en dat zal waarschijnlijk nodig zijn om het tot in de finale te schoppen op het EK.

Er waren tijden dat de Belgische afstandloperstraditie zich vooral in de herencategorie afspeelde, maar anno 2026 zijn de vrouwen beter vertegenwoordigd op de 5.000m en de 10.000m. Jana Van Lent, Chloé Herbiet en Lisa Rooms vormen het ijzersterke contingent voor de lange afstand. Van Lent staat met haar – solo gelopen (!) –  30’51”18 als nummer twee ingeschreven. Wordt het een boemelkoers, dan stijgen de kansen van een sterke finisher als Rooms. Het enige argument dat tegen (halve) marathonfenomeen Herbiet kan ingebracht worden is dat ze de pisteafstanden intussen ontgroeid is, maar wie 67’32” loopt op een halve marathon kan maar best gevreesd worden door de concurrentie.

Foto: Jolien De Bock

Elise Vanderelst is erbij op de kortere variant, maar heeft weinig referenties. Ze kwam dit jaar slechts één keer aan de start van een 5.000m en stapte uit. Van Lent kon de 5.000m ook lopen, maar gaat all in op de 10.000m. De kansen van de marathonlopers zijn onmogelijk in te schatten. Victoria Warpy, Malejeva Mathijs en Valentine Mathy hadden amper twee weken voorbereidingstijd en missen een specifiek marathonblok.

Eindigen doen we met de grootste naam in dit overzicht, Noor Vidts. De bronzen laureate van de Olympische Spelen kon dit seizoen eindelijk weer een zevenkamp afwerken en kwam daarbij tot 6.310 punten. Dat is nog een eindje verwijderd bij haar topscore van 6.707 en in principe te weinig om aanspraak te maken op eremetaal. In Rome won ze brons met 6.596 stuks. Het wederoptreden op een kampioenschap is los van de prestatie een mooie beloning voor het zware timmeren aan de weg terug. Een mooie score in combinatie met de rankingpunten zijn bovendien een goede zaak met het oog op de kwalificatie voor toekomstige kampioenschappen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in