Tijdens zijn hoogtestage in Font-Romeu blikt Tristan Gevaert terug op een periode van zoeken en groeien, waarin een hardnekkige stressfractuur zijn trainingsarbeid lange tijd beperkte. Op hoogte lijkt hij echter opnieuw de juiste balans te vinden, zowel fysiek als mentaal, waarbij hij het belang van rust, plezier en stressbeheersing benadrukt. Zijn sterke prestaties op de 10km, met een recente toptijd van 28’35” en een Belgisch U23-record, bevestigen zijn opmars, terwijl hij tegelijk voorzichtig vooruitkijkt naar een mogelijke heroriëntatie richting de 5.000m en op langere termijn zelfs de (halve) marathon. Met een doordachte aanpak, beperkte wedstrijdselectie en een combinatie van topsport en studies bio-ingenieur in Leuven, bouwt hij stap voor stap verder aan een duurzame carrière.
Tristan bevindt zich op het ogenblik dat we hem treffen in het pittoreske ASICS-house in Font-Romeu voor een 3,5 weken durende hoogtestage, en dat bevalt hem duidelijk. “Super goed, trainen gaat altijd beter op stage. Het is nu de vierde keer dat ik hier op hoogte ben. Goed weer gehad tot nu toe.” Hij nuanceert dat meteen: beter trainen betekent voor hem ook omgaan met de nasleep van een blessure. “Vorig jaar heb ik een stressfractuur opgelopen in mijn scheenbeen. Sindsdien hebben we moeite om over de 90km per week te geraken thuis. We hebben er al veel aan proberen doen, maar er is niet veel dat lijkt te helpen.” Net daarom voelt deze stage als een opsteker. “Deze week ben ik zo goed als pijnvrij en heb ik over de 100km gelopen, dus meer kan je niet wensen (hout vasthouden!).”
Waar dat verschil vandaan komt, blijft deels zoeken. “Wat ik mij kan inbeelden is dat ik wel gevoelig ben aan stress. Zeker thuis met schoolwerk en verschillende andere dingen die geregeld moeten worden denk ik dat het daardoor zou kunnen komen.” In Font-Romeu ligt de focus anders. “Hier heb ik met mijn vrienden ook veel plezier, dus dat helpt zeker. Gewoon gelukkig zijn lijkt me in deze heel erg belangrijk.” Met “we” doelt Tristan in de eerste plaats op zijn trainer Andy Inghelbrecht, die hem bij Houtland onder zijn hoede neemt, aangevuld met trainingsmaten thuis. Zijn aanwezigheid in het ASICS-house dankt hij onder meer aan zijn sterke prestaties op de 10km. “Vorig jaar in Schoorl liep ik 29’12”. Ja, hierdoor mocht ik naar het EK U23 in Bergen en ben ik nu ook elite-atleet U23 bij Atletiek Vlaanderen.”
Die voorbereiding richting dat EK verliep echter allesbehalve vlekkeloos. “De stressfractuur waarover ik het had liep ik eind maart 2025 op. Dat zorgde ervoor dat het niet zo gemakkelijk was om erna terug in topvorm te geraken.” Hij trok toch naar Noorwegen, zij het met gemengde verwachtingen. “We hebben er echter alles aan gedaan en ik ging met een acceptabel niveau richting Noorwegen. Helaas niet het niveau dat ik wilde.” Zijn 30’08”63 en 18de plaats vertellen maar een deel van het verhaal. “Het was ook heel warm, tussen de 25 en de 30 graden. Voorlopig was het ook mijn enige 10.000m op de piste en misschien was die niet zo representatief.”

Vooral fysiek betaalde hij een prijs. “Om naar daar op te bouwen heb ik mijn kuiten al veel meer belast dan ik op voorhand deed. Eigenlijk waren mijn kuiten al helemaal stijf nog voor ik de wedstrijd startte, en dan doen 25 rondes op spikes hier niet zo goed aan.” De nasleep was zwaar. “Ik had dus al redelijk veel spierpijn, en achteraf heb ik 2 weken amper kunnen lopen.” Toch overheerst het positieve. “Voor zo’n mooie ervaring had ik het er wel voor over. Moest het geen EK geweest zijn denk ik niet dat ik had gelopen.” Achteraf gezien zou hij het anders aanpakken. “De volgende keer zou ik dus iets meer realistisch zijn en beseffen dat de periode misschien iets te kort was om echt goed te zijn zonder risico’s te nemen.” Het was bovendien niet zijn eerste internationale ervaring. Tristan nam eerder al deel aan het EK veldlopen in Brussel (2023) en Antalya (2024), en liep ook het EK U20 op de 5.000m in Jeruzalem in 2023. Die ervaringen vormen mee de basis voor zijn zoektocht naar de juiste afstand. “Het is lang geleden dat ik me heb kunnen focussen op een 5.000m op de piste.” Blessures en eerdere keuzes speelden daarin een rol. “Het jaar ervoor focuste ik nog op de 1.500m wat niet zo heel goed gelukt is.”
De komende periode wil hij opnieuw verkennen. “Deze zomer zou ik me dus graag terug een beetje meer beginnen focussen op de 5.000m op de piste, naast de 10km dan.” Over die afqtand is hij duidelijk: “Waarschijnlijk zal ik die niet meer op de piste betwisten, maar eventueel wel nog hier en daar op straat.” Hij blijft open-minded. “Misschien lukt de halve afstand op de piste ook niet zo goed of misschien is dat wel een deel van mijn range.” De voorlopige conclusie: “Op dit moment kan ik enkel zeggen dat de 1.500m mij iets minder ligt en de 10km iets beter.” Op langere termijn lonken andere afstanden. “Stel dat het toch tegenvalt weet ik dat ook weer en zal mijn toekomst zich vooral richten op de langere afstanden met op termijn bijvoorbeeld de (halve) marathon. Dat is wel nog niet voor direct.”
Zijn persoonlijk record op de 5.000m staat voorlopig op 14’13”60, maar ambitie ontbreekt niet. “Op voorhand ben ik niet iemand die zichzelf grenzen oplegt. In mijn hoofd heb ik zoiets van dat ik tijdens mijn eerste wedstrijd graag zo ver mogelijk onder de 14’ wil geraken.” Die overtuiging is niet uit de lucht gegrepen. “Dat ligt zeker binnen mijn mogelijkheden met wat ik dit jaar al heb laten zien.” Hij verwijst naar recente prestaties: “Op de Runners’lab Bashir’s Run heb ik de eerste 5km gehaasd voor Bashir Abdi. Daar kwam ik door in 14’05” wat dus een onofficieel PR was. In Lille begin april liep ik een 14’09”-split tijdens mijn 10 km, dus onder de 14’ lopen zou zeker wel eens moeten lukken op een officiële wedstrijd.”
Zijn progressie op de 10km spreekt sowieso tot de verbeelding. Na 29’12” in Schoorl vorig jaar volgden 28’56” in Valencia, 28’50” opnieuw in Schoorl en uiteindelijk 28’35” in Lille. “Voor Valencia in januari kon ik nog altijd niet zo heel veel trainen. Ik had dus niet zo’n goed idee wat ik kon verwachten. Stiekem hoopte ik natuurlijk snel te kunnen lopen en had ik toch wel gehoopt om onder de 29’ te gaan.” De bevestiging kwam sneller dan verwacht. “Het is dan wel heel leuk om die bevestiging ook effectief te krijgen ondanks dat ik niet zo heel veel volume kon draaien.” Richting Schoorl voelde hij verdere progressie. “Ik voelde hier ook dat ik wel nog wat sneller kon, en in Lille is dat dan gelukt.” Die vorm voelt hij vooral in specifieke trainingen. “In mijn geval gaat het dan over 500’tjes. Voor Lille liep ik hetzelfde tempo en voelden deze aan als net onder treshold, dus als dat verbetert weet ik dat de rest ook sneller zal gaan.”
In Lille leverde dat niet alleen een toptijd op, maar ook een Belgisch U23-record. “Dat is inderdaad wel heel cool!” Toch zat daar nog een extra verhaal achter. “Ik had de tijd van Noah Konteh (28’39”) voor Schoorl al eens bekeken, omdat ik er toen al een klein beetje op gehoopt had.” In Lille speelde ook de onderlinge strijd een rol. “Ik wist wel ook dat Willem Renders meedeed en hij is ook nog U23 dus dat ik hem eveneens moest voorblijven om recordhouder te worden.” Lange tijd liep hij in zijn spoor. “Uiteindelijk heb ik heel lang achter hem gelopen en eigenlijk niet verwacht om voor hem te eindigen, maar plots zag ik de finish liggen en kon ik er nog van weglopen.” Met een knipoog voegt hij toe: “Misschien niet zo mooi dat ik niet heb overgenomen tijdens de wedstrijd, dus nog eens sorry daarvoor.”

Zijn verleden op de 1.500m kwam daarbij toch nog van pas. “Wie weet heeft het dus inderdaad toch iets opgeleverd om hier vroeger op te focussen.” De eindsprint herinnert hij zich levendig. “Op de grond stond nog 500m en ik dacht amai, maar toen ik voor mij keek zag ik de finishlijn 80m voor ons, dus dan heb ik toch nog een cartouche kunnen afsteken.” Na Lille ging het snel richting de huidige stage. “Ja klopt, snel naar huis, dan naar Leuven en een dagje in de auto tot hier.” Op 30 april keert hij terug. Zijn wedstrijdplanning ligt nog niet volledig vast. “Sowieso neem ik wel deel aan de Interclub op 17 mei.” Hij kiest bewust voor kwaliteit boven kwantiteit. “Ik ben namelijk niet iemand die heel veel wedstrijden loopt aangezien ik merk dat ik er eigenlijk niet veel beter van wordt. We proberen dit dus te beperken.” De focus ligt duidelijk: “vooral veel zin om op de piste te presteren deze zomer.” Een deelname aan het BK 10km in Torhout houdt hij nog in het midden. “Dat staat dus nog niet vast.”
De sfeer tussen piste- en wegwedstrijden verschilt volgens hem merkbaar. “Persoonlijk vind ik ze allebei wel tof, maar tijdens een wedstrijd op straat is de sfeer iets rustiger wat mij minder stress bezorgt.” Op de piste ligt de druk hoger. “Iedereen is meer gefocust op het feit dat het snel moet gaan en iedereen moet snel lopen.” Op de weg voelt het anders. “Terwijl op straat lopen er ook veel recreanten mee en is de sfeer wat meer ontspannen als in: we gaan het wel gewoon doen.” Toch kan ook daar druk bij komen kijken, bijvoorbeeld wanneer hij het tempo moet maken voor iemand anders. “Dat geeft natuurlijk wel iets meer druk om het goed te doen, maar als je achteraf hoort dat je het goed gedaan hebt is dat wel leuk om te horen. Een fantastische ervaring om mee te maken dus.”
Naast zijn sportcarrière is Tristan ook student bio-ingenieur in Leuven. “Misschien niet te vergelijken met burgerlijk ingenieur, maar wel redelijk pittig.” De combinatie met topsport blijkt haalbaar, al vraagt het aanpassing. “Tot nu toe wel ja, dikwijls beter dan ik zelf zou verwachten.” Zijn eerste jaar zonder topsportstatuut was een leerschool. “Gevolg 4 herexamens.” Daarna vond hij een beter evenwicht. “Vanaf het jaar erna kon ik meer spreiden en heb ik het zonder herexamens kunnen stellen.” Hij kiest bewust voor een gespreid traject. “Ik neem ongeveer 50 studiepunten op per jaar zodat ik in 6 in plaats van 5 jaar afgestudeerd ben.” Momenteel zit hij tussen het derde en vierde jaar. “Dat lijkt voorlopig wel goed te lukken.” Het leven op kot sluit volgens hem goed aan bij de stagesfeer. “Het kotleven thuis kan je dus wel een beetje vergelijken met hoe het er hier aan toe gaat.” In het ASICS-house zit de sfeer alvast goed. “Wel goed ja, toffe mensen om mee samen te zitten. Heel erg fijn dat we deze kans krijgen van Atletiek Vlaanderen.”
Als jeugdproduct van Houtland groeide hij geleidelijk in zijn huidige rol. “Eerst bij de standaard clubtrainer, en nu reeds een 4-5 jaar bij Andy.” De samenwerking met zijn trainer is intussen goed afgestemd. “We voelen elkaar zeer goed aan en houden heel regelmatig contact.” Ook op stage blijft die betrokkenheid. “Ook hier op stage is hij reeds langs geweest.” Door zijn blessuregevoeligheid is flexibiliteit cruciaal. “De loopbelasting kunnen we niet ongezien hoog leggen, maar we vullen wel veel aan met alternatief trainen.” Hij heeft daar inmiddels ervaring mee opgebouwd. “Die stressfractuur in mijn kuit was zeker niet de eerste, dus we hebben al wat ervaring met oplappen en aanpassen.” Zijn schema blijft bewust kort en aanpasbaar. “Mijn schema gaat meestal ook niet verder dan 1 week, aangezien de kans groot is dat we regelmatig moeten bijsturen.” Alternatieve training speelt daarin een sleutelrol. “De crosstrainer is 1 van mijn beste vrienden zou je kunnen zeggen en ik ben er ook niet vies van om daar regelmatig kwaliteitstrainingen op te doen.” Het doel is duidelijk. “Als dat ervoor zorgt dat ik blessurevrij ben en kan blijven lopen neem ik dat er met veel plezier bij.”

















![Alle info om het WK veldlopen in Tallahassee te volgen [Livestream, programma,…]](https://www.atni.be/wp-content/uploads/2025/12/JAS_3248-218x150.jpg)

