Het EK atletiek in Birmingham werd vanochtend afgetrapt met zes Belgen in actie. Vijf van hen knokten zich met hun prestatie naar de volgende ronde. Vooral de 100m-sprinters deden zich opmerken. Delphine Nkansa vlamde naar 11″07 en Rani Rosius liet knap 11″17 noteren.
Delphine Nkansa – 11″07 in reeksen 100m (PR, 2de Belgische aller tijden, q voor halve finale)
“Ik had minder geslapen dan ik wilde, kreeg vanochtend de deur van mijn hotelkamer niet dicht en miste dan ook nog eens de bus. Die slechte start van de dag zorgde voor stress tijdens de opwarming. Ik wilde dan ook vooral mijn ding doen en de volgende ronde halen, zonder meer. Toen ik over de finish kwam hoopte ik gewoon dat het minstens 11”30 ging zijn. Ik was verbouwereerd om 11”07 te zien, want dat is de chrono die ik in de halve finale wilde lopen.
De omstandigheden waren ideaal, maar nu moet ik nog sneller kunnen als ik beter wakker ben vanavond. Deze tijd opent nu wel perspectieven op de finale, die is echt mogelijk. In Rome was ik elfde, nu wil ik minstens top acht. Het Belgisch record is mogelijk, maar op dit moment ben ik bezig met het halen van die finale.”

Rani Rosius – 11″17 in reeksen 100m (SB en q voor halve finale)
“Met twee Belgen naar de halve finale, leuk! Het hele Rockets-team is in vorm en stappen aan het zetten dit seizoen. Die concurrentie is gezond: we gunnen het de ander volledig, maar drijven elkaar ook vooruit.
Ik had zelf totaal niet door dat ik na mijn reeks eigenlijk al geplaatst was voor de halve finale. De cafeïne was naar mijn hoofd gestegen denk ik, want ik kon niet meer juist tellen! Het is echt heel leuk om er op deze manier aan te beginnen. Het gevoel was goed: in de overgang na de start maakte ik wat foutjes, maar mijn finish was sterk.
Het is wel stom dat we als enige reeks geen sterke rugwind hadden. Deels voor de tijd die ik loop, maar nog het meest voor de vrouwen die er in mijn reeks uitvallen. Dat is niet helemaal eerlijk. Het doet mij deugd dat ik bewijs wat ik al de hele tijd zeg: ik loop mijn beste tijd van het seizoen op het kampioenschap en sta er elke keer. Hopelijk kan het nog sneller, ik zie ook werkpunten.”
Yanni Sampson – 7m97 in kwalificaties verspringen (+2.5 m/s) (q voor finale)
“Ik stond wel op met zenuwen, maar na de eerste sprong wist ik dat ik al een goede zaak had gedaan. 7m91 is in het verleden genoeg geweest om een finale te halen. Dat gaf vertrouwen. De piste is snel en het ging meteen goed in de opwarming. Zo is het uiteindelijk een vrij ontspannen kwalificatie gebleven. Zeker omdat ik een aantal concurrenten al kende vanop de internationale wedstrijden die ik de afgelopen maanden heb kunnen doen.
Mijn regulariteit van tijdens het seizoen betaalt zich nu uit. Ik heb vaak genoeg 7m90 gesprongen om met vertrouwen te kunnen zeggen dat het vandaag ook ging lukken. Ik denk dat het toernooi al geslaagd is: ik kwam hier als 24ste en ga naar de finale. Hier staan was eigenlijk al een droom, laat staan de finale mogen betwisten.
Het is super motiverend om dit samen met mijn vriending Ilona (Masson; red.) te kunnen beleven. Hopelijk kan mijn kwalificatie vanavond voor haar als inspiratie dienen.”
Jonathan Sacoor – 45″60 in reeksen 400m (q voor halve finale)
“Het was fijn geweest als ik iets meer had kunnen uitbollen. Normaal kan dat als er grote Q’s zijn, maar nu waren het alles op de tijden. De wind maakte het een beetje moeilijker, maar al bij al was het ontspannen. Met de automatische kwalificatie van de eerste twaalf begint er morgen eigenlijk een nieuw kampioenschap. Daar gaat het een halve seconde sneller moeten als ik de finale wil halen.
Dit systeem is oneerlijk tegenover atleten in mijn positie, maar het maakt ook het verhaal van een kampioenschap kapot. Normaal kan je gaan bekijken hoe iemand het in de reeksen heeft gedaan en of er iemand te vroeg snel was. Nu is het gewoon een tweede kwalificatie voor atleten die de series moeten lopen. Voila, ik heb nu bewezen dat ik iets te zoeken heb op het EK.
In Rome was ik vierde met 44”9, nu gaat dat nodig zijn om de finale te halen. Maar ik klaag niet: het niveau gaat omhoog en wij moeten mee.”

Dylan Borlée – 46″17 in reeksen 400m
“Ik heb weinig woorden. Ik dacht bij het inkomen van de laatste rechte lijn dat ik sterk ging kunnen eindigen en dat een mooie chrono mogelijk was. Het loopt anders en ik daar niet meteen een verklaring voor, misschien was het de wind in het eerste deel die al te veel van de benen had gevraagd. Het ene jaar is duidelijk het andere niet. Buiten de piste en op training ben ik ontspannen, maar op wedstrijd mis ik al het hele jaar de rust die nodig is om snel te lopen.”

















![Nationale titels en EK-tickets op het spel: 13 niet te missen BK-finales [Voorbeschouwing]](https://www.atni.be/wp-content/uploads/2026/07/6S3A0862-218x150.jpg)