Home » Nieuws » Internationaal » Ben Broeders na topjaar 2019: “Moet het al stevig verneuken om er niet bij te zijn in Tokio”
Ben Broeders - Foto: Golazo

Ben Broeders na topjaar 2019: “Moet het al stevig verneuken om er niet bij te zijn in Tokio”

Als er één Belgische atleet een heuse metamorfose onderging in 2019, dan was het ongetwijfeld Ben Broeders. De voormalige Europese beloftekampioen kende een topzomer, nadat hij in 2018 nooit echt kon overtuigen. Het contrast met drie foutpogingen op zijn openingshoogte op het EK in Berlijn was des te groter dankzij een medaille op de Universiade en een WK-finale in Doha. Er moet veel fout lopen voor de atleet om niet in Tokio op de Spelen te staan, al heeft hij ook de jacht op 5m80 geopend.

Flashback naar 10 augustus 2018 voor de kwalificaties van het polsstokspringen op het EK in Berlijn. In een winderig Olympiastadion kan Ben Broeders maar niet het juiste ritme vinden. Op 5m16 komen er drie foutpogingen achter zijn naam te staan. Een vroegtijdige exit na een wisselvallig zomerseizoen betekent ook het einde van zijn atletiekzomer. Er is werk aan de winkel. Broeders zet meer dan ooit alles op alles om 2018 achter zich te laten. Hij stelt in 2019 niet teleur met een BR, een WK-finale en een medaille op de Universiade. Broeders is 24 jaar en heeft alle Belgische polsstokspringers uit onze atletiekgeschiedenis de loef afgestoken.

“We hebben er een grote ladder ingestoken (lacht; red.). Vorig jaar was een compleet ander jaar. Ik denk dat we aangepakt hebben wat moest aangepakt worden. Voor Berlijn was ik al begonnen bij een psycholoog, maar dat ging toen meer om damage control. Berlijn zelf was dan weer een ‘mooi’ dieptepunt. Ik kon tilt slaan als er een vlaagje wind passeerde net voor of tijdens een competitie. Vorig jaar voelde ik tijdens mijn winteropbouw al dat ik zowel mentaal als fysiek sterker was geworden”, aldus Broeders.

Ben Broeders – Foto: Jimmy Cailly

Na een degelijke winter zonder echte uitschieters begon de Europese beloftekampioen van 2017 aan de opbouw naar het zomerseizoen. Tijdens een trainingsstage in Belek voelde Broeders dat het goed zat. “Belek is een toplocatie voor een stage. Ik voelde in april al dat ik stappen vooruit had gezet. Technisch klopte het plaatje nog niet volledig. Al had ik daar nog aardig wat tijd voor. Vervolgens heb ik een pittige reeks wedstrijden afgewerkt. Dat heeft me uiteindelijk die 5m76 opgeleverd. Mijn seizoen was daardoor al meer dan geslaagd. Die sprongen boven 5m70 zaten er aan te komen, al kan ik nog niet elke dag van de week over die hoogte springen”, vertelde de polsstokspringer.

Na een bronzen medaille op de Universiade volgde een korte periode van relatieve rust, gevolgd door een laatste opbouw naar zijn eerste WK bij de grote jongens. Daar stelde de 24-jarige atleet niet teleur. In de kwalificaties deed hij het voortreffelijk. Hij mocht zich dan al bij de top 12 van de wereld rekenen en scoorde erg belangrijke punten met het oog op de Olympische Spelen van Tokio.

“Ik heb een hoogte gehaald en stond in die WK-finale. Dat op zich was al héél mooi, zeker als je ziet waar ik één jaar eerder stond. Tijdens de finale was ik toch even teleurgesteld, maar ik heb toen snel de knop omgedraaid om te genieten van de medaillestrijd tussen Sam, Piotr en Mondo (Kendricks, Lisek en Duplantis; red.). Zoiets had ik in 2018 nooit gekund”, voegde Broeders toe.

Ben Broeders op de Urban Memorial Van Damme – Foto: Golazo

Dankzij zijn regelmatige zomer en uitschieters op de Universiade en het WK lijken de Olympische Spelen quasi een zekerheid voor de beste Belgische polsstokspringer aller tijden.

“Ik moet het eigenlijk al bijzonder hard verneuken om er niet bij te zijn in Tokio. Ik sta in de top 20 van de wereld en de beste 32 mogen, weliswaar uitgezuiverd, naar de Spelen. Bovendien denk ik dat die 5m80 (de hoogte die gevraagd wordt om rechtstreeks afgevaardigd te worden; red.) een kwestie van tijd is. Het kan zomaar in zaal gebeuren hé. Komende winter ga ik niet echt specifiek pieken, maar het is wel een mooi moment om te kijken waar ik sta. Als ik die 5m80 spring, dan hoeft er in se weinig meer in de aanloop naar Tokio. Het WK indoor behoort dan wel tot de mogelijkheden, aangezien ik na dat WK sowieso een korte rustperiode inlas om nadien naar Belek te trekken met de federatie. Ik hoop om mijn fysieke paraatheid van Doha te combineren met een absolute piek tijdens de Spelen. Dan kan er wel iets gebeuren (knipoog; red.). Tokio is voor mij uiteindelijk ook belangrijk als ervaring. Mijn echte doel ligt pas vier jaar later in Parijs”, klonk het bij de atleet.

Naast de Spelen in Tokio staat er ook een EK in Parijs op de planning. Broeders heeft gemengde gevoelens wanneer het over EK’s bij de grote jongens gaat. In Amsterdam werd hij in lastige omstandigheden vierde. Berlijn liep dan weer op een sisser af tijden de kwalificaties.

“In Parijs wil ik er gewoon ook staan. Het zal wel erg speciaal worden, aangezien het heel kort na Tokio volgt. Ik denk dat ik gerust mag zeggen dat het niveau in Europa gewoon belachelijk hoog ligt. Bovendien denk ik niet dat er iemand van de grote namen het EK zal laten schieten. We zijn geen marathonlopers hé, dus een paar extra polsstokcompetities na Tokio kunnen er wel af. Ik wil eerst en vooral in die finale geraken en dan zien we wel wat mogelijk is. Beter doen dan die vierde plaats in Amsterdam wordt niet vanzelfsprekend. Met een top vijf zal ik zeker tevreden zijn”, vertelde de Belgische recordhouder.

De salto van het WK-podium in Doha – Foto: Bjorn Paree

2019 was het jaar waarin drie springers dominant waren. Europees kampioen Armand ‘Mondo’ Duplantis, de Pool Piotr Lisek en ondertussen tweevoudig wereldkampioen Sam Kendricks verdeelden telkens te prijzen onder elkaar. Renaud Lavillenie kende geen al te beste zomer en haalde zelfs de WK-finale niet. In België kon Arnaud Art na een zware winter , waarin hij geveld werd door klierkoorts, nooit echt overtuigen.

“Het blijven dezelfde namen aan de top. Het grote vraagteken is eigenlijk Timur (Morgunov, die in 2018 zilver behaalde in Berlijn én de Diamond League op zijn naam schreef). Piotr Lisek is één maand voor Doha vader geworden, dus die wist toen al dat het brons in normale omstandigheden het hoogste haalbare was. Al vermoed ik dat Thiago (Braz, de regerende olympische kampioen; red.) volgend jaar ook sterk voor de dag kan komen. Van Renaud verwacht ik wel nog iets. Hij is wat trager geworden en had eigenlijk een tekort aan wedstrijden afgelopen zomer. Als gevoelspringer is dat nefast. In Doha sprong hij op 5m60 met een enorme marge, maar de lat ging een beetje naar omhoog en het was finito. Voor Arnaud was het echt een pechjaar. Door zijn klierkoorts was zijn zomer echt aangetast. Ik ben er echter van overtuigd dat hij kans maakt op Tokio. Al zal hij daarvoor een aantal erg sterke resultaten nodig hebben”, besloot Broeders.

Vorig weekend testte de atleet al kort de benen na een trainingsstage in Scandinavië. Met een verkorte aanloop vloog hij in de indoorhal van Louvain-La-Neuve over 5m20. Op 11 januari begint de atleet normaal gezien écht aan zijn indoorseizoen in het Duitse Merzig. Vervolgens staan een aantal wedstrijden in Duitsland gepland, mét als topaffiche de World Indoor Tour in Dusseldorf op 4 februari. In Dusseldorf tekent het WK-podium van Doha present. Wie weet vormt die meeting wel een springplank naar een weekendje China in maart.

Geef een reactie