Ondanks een twaalfde plaats op de World Ranking kon Ben Broeders zijn contract bij Sport Vlaanderen niet veiligstellen. De Belgische recordhouder in het polsstokspringen voldeed voor het tweede jaar op rij niet aan de opgelegde criteria en verliest zo een groot deel van de ondersteuning waar hij acht jaar lang op kon rekenen. Broeders reageert vanop stage in Zuid-Afrika op het nieuws. Tom Coeckelberghs, afdelingshoofd topsport bij Sport Vlaanderen, geeft meer duiding bij de beslissing.
Vorige week maakte Sport Vlaanderen bekend welke topsporters ze het komende jaar zullen ondersteunen. Vooral het contractverlies van Ben Broeders maakte veel los bij atletiekliefhebbers uit binnen- en buitenland. Zo noemde wereldrecordhouder Mondo Duplantis de beslissing ‘ridiculous’, Average Rob vond het besluit ‘schaamtelijk’.
Enkele statistieken om mee af te trappen: Broeders leverde in 2025 twee keer een sprong af over 5m80, vijf centimeter onder zijn drie jaar oude PR. Het afgelopen jaar sprongen wereldwijd twintig atleten hoger, waarvan twaalf Europeanen. Op het EK indoor eindigde Broeders als vijfde waarmee hij – met uitzondering van zilveren Eliott Crestan – individueel voor één van de hoogste Belgische noteringen zorgde. Op het WK outdoor in Tokio miste hij weliswaar een vierde WK-finale op rij. Vooral dat resultaat doet hem nu de das om.
Broeders, die al sinds december weet heeft van zijn contractverlies, is momenteel op stage in Zuid-Afrika ter voorbereiding op het outdoorseizoen. In augustus, enkele weken voor het WK, blesseerde de atleet zich aan de adductoren. Daarvan is hij nog steeds herstellende. “Met het WK in het vooruitzicht heb ik vorige zomer door mijn blessure gepusht. Daardoor is alles gecompliceerder geworden”, vertelt Broeders. “Ik kom nog niet aan springen toe op training waardoor er een streep gaat door mijn indoorseizoen. Sprinten lukt gelukkig wel, waardoor we op training nu vooral focussen op het aanscherpen van mijn snelheid.”

Geen wedstrijden betekent ook geen prijzengeld. Door het verlies van zijn contract ontvangt de DCLA-atleet aan het einde van de maand bovendien geen loonbrief meer. “Ik ben heel dankbaar voor de steun en kansen die ik gekregen heb bij Sport Vlaanderen, al kijk ik nu met gemengde gevoelens naar hun beslissing”, geeft hij toe. “Ik voel geen jaloezie, want het is goed voor onze sport dat meer atleten zich professioneel kunnen ontwikkelen. Waar ik het moeilijker mee heb is het feit dat er maar naar één wedstrijd wordt gekeken, namelijk het WK. Indoorkampioenschappen worden niet eens in rekening genomen terwijl de limieten er bij polsstok zelfs scherper staan dan outdoor. Ik vind dat het globale plaatje ook zou moeten tellen.”
Daarmee doelt Broeders op de top 3-notering op een EK of de top 8-notering op een WK of Spelen die bij Sport Vlaanderen nodig is voor contractbehoud. “Ik heb een heel jaar alles gegeven, maar ik heb op één hoogte na de WK-finale gemist. En dat in een discipline waarin het niveau nog nooit eerder zo hoog was. Polsstokspringen is misschien zelfs de discipline waar het niveau momenteel het hoogst van allemaal ligt, en toch sta ik nog altijd hoog op de World Ranking. Er is niemand in binnen- of buitenland die snapt dat ik mijn contract kwijt ben.”
Broeders vindt dit dan ook een moeilijke boodschap naar de jeugdatleten. “Er wordt nu eigenlijk tegen hen gezegd: ‘Kijk naar Ben, die doet mee op het hoogste niveau. Hij heeft er veel voor aan de kant gezet om daar te staan en mist nipt de WK-finale. Als het minder gaat – niet eens slecht -, dan shotten we hem buiten.’ Het is een andere kwestie, maar ook de recent bekendgemaakte limieten voor jeugdkampioenschappen zijn niet motiverend. Ik vraag me af hoe we jongere atleten gaan blijven inspireren om alles te willen geven voor hun sport? Ik was zelf niet de beste jeugdatleet, maar ik ben wel kunnen doorgroeien. Ik denk dat ik daarmee de voorbije jaren toch heel wat atleten heb doen geloven in het feit dat ‘onmogelijke’ prestaties misschien toch niet zo onmogelijk zijn.”

Van de negentien atleten die momenteel een contract hebben bij Sport Vlaanderen, zijn er zes die de afgelopen drie jaar geen individueel internationaal tornooi afwerkten. Broeders miste diezelfde periode geen enkele internationale afspraak, met uitzondering van het WK indoor van afgelopen winter doordat de federatie zijn uitnodiging afsloeg. Er heerst daardoor de perceptie dat het in de aflossingen makkelijker is om ondersteuning te krijgen. “Er zit een oneerlijkheid in het systeem. Er is besloten dat de aflossingen het waard zijn om in te investeren en polsstok, nochtans een speerpuntdiscipline volgens de atletiekfederatie, niet. Elien (Vekemans; red.) doet het bangelijk goed en ikzelf doe het ook best goed, maar waar is de investering? Naar mijn gevoel worden de regels hard gemaakt voor mij, maar geldt dat niet voor iedereen.”
Aan zijn motivatie om er nog enkele mooie jaren aan te knopen, wordt echter niet geraakt. Broeders wil graag doorgaan tot de Olympische Spelen in LA. “Passie verdwijnt niet door het al dan niet bezitten van een contract. Ik ben zeker nog gemotiveerd om tot 2028 door te gaan, maar het zet je wel aan het nadenken. Want welke gek gaat op zijn 30ste heel zijn leven on hold zetten om gratis te werken? Het zullen er niet veel zijn. Maar goed, in essentie verandert er nu niet veel. Ik ga nog bekijken of ik via de federatie op stage kan en welke steun ik van hen krijg want ik moet mijn coach natuurlijk ook betalen”, aldus Broeders.

Sport Vlaanderen: “Het is niet zo dat we Ben nu volledig laten vallen”
Atletieknieuws sprak ook met Tom Coeckelberghs, afdelingshoofd topsport bij Sport Vlaanderen, om hun kant toe te lichten. Hij wil daarbij benadrukken dat Broeders niet zonder ondersteuning valt. “Het klopt dat Ben zijn contract kwijt is, maar het is niet dat we hem laten vallen. Hij krijgt nog altijd een programmakostenvergoeding van ons waarmee hij verplaatsings- en verblijfkosten, coaches, kiné en dergelijke kan betalen. Als hij in België had gewoond, dan had hij ook op een vervangingsinkomen kunnen rekenen gekoppeld aan een statuut binnen het profparcours van de VDAB. Dat is ons vangnet voor topsporters die (tijdelijk) zonder contract vallen.”
Coeckelberghs hoopt dat er ook gekeken wordt naar hetgeen ze wel gedaan hebben. “Ben heeft acht jaar lang een contract gehad, waarbij hij één jaar aan de strikte criteria voldeed. De andere jaren hebben we zijn contract verlengd op basis van het proces (een PR, een bepaalde hoogte…). De voorbije twee jaar kon hij evenmin de instapcriteria van top 8 op een EK of top 12 op een WK inlossen. Als dat was gelukt, dan hadden we mogelijk een ander verhaal gehad, maar nu moeten we ergens een lijn trekken.”
Indoor haalde Broeders weliswaar een vijfde plaats op het EK. Hij had mits deelname aan het WK indoor automatisch kunnen voldoen aan de instapeis, maar: “Net als in het zwemmen op de kortebaan, zijn indoortoernooien voor ons geen doelcompetities. Het is geen olympisch format, al nemen we de resultaten wel mee in de procesevaluatie.”

Waar Broeders het moeilijk mee heeft is de keuze om zoveel te laten afhangen van resultaten op EK’s en WK’s. Moet dit herbekeken worden? “Dat zijn de competities die iedereen kent, die in de media komen en die inspireren”, weerklinkt het. “De waarde van een wereldranking verschilt hard van sport tot sport. Het is niet dat wij nooit de bedenking maken of wij dit in rekening moeten brengen of niet, maar in sommige sporten zegt het gewoonweg niet veel over het prestatieniveau. De afgelopen jaren presteren steeds meer topsporters en teams uit verschillende sporttakken binnen onze EK en WK doelstellingen. Er komt dus een grotere groep in aanmerking voor allerlei vormen van ondersteuning. We zijn daarom genoodzaakt een beleid te voeren met harde regels, maar wel regels die fair zijn voor iedereen.”
Van een soepelere benadering van de aflossingsploegen wil de spreekbuis van Sport Vlaanderen niet spreken. “Ik kan me niet voorstellen dat aflossingsploegen finales zouden halen op grote kampioenschappen met atleten die geen hoog niveau halen. Het blijven ook olympische disciplines die tot de verbeelding spreken als het goed gaat. Weet dat atleten die niet individueel in actie komen enkel op een halftijds contract kunnen rekenen. Pas wanneer een relayloper ook individueel presteert, komt hij of zij in aanmerking voor een voltijds contract.”

Naast contracten deelt Sport Vlaanderen ook een onkostenvergoeding van 400 euro per maand uit, een ondersteuningsvorm voor studenten waar onder andere Merel Maes, Pieter Sisk, Jente Hauttekeete en Elien Vekemans op kunnen rekenen. “De onkostenvergoeding komt bovenop de programmakosten die we voor hen voorzien. Het geeft hen de kans om stap voor stap te groeien zonder de druk van een contract te voelen”, aldus Coeckelberghs die nog graag wil benadrukken dat hij Broeders alle succes wenst.














![WK Tokio – Hoe liggen de kaarten van de Belgische mannen? [voorbeschouwing]](https://www.atni.be/wp-content/uploads/2024/06/240608-183-218x150.jpg)




![Merel Maes boekt WK-ticket met megasprong, beleef dag 1 van het BK opnieuw [live-updates]](https://www.atni.be/wp-content/uploads/2025/08/6S3A8856-1-218x150.jpeg)