In aanloop naar de marathon kiest Thomas De Bock er bewust voor om niet volledig stil te vallen. “Ik zit de dagen voor de marathon liefst niet al te lang stil, dat is anders toch ook een beetje tricky,” klinkt het. De laatste dagen richting de wedstrijd staan dan ook in het teken van gecontroleerde activiteit en focus. De trainingsweek wordt zorgvuldig afgebouwd, zonder het ritme te verliezen. “Op dinsdag heb ik nog twee keer getraind en woensdag een lichte intervaltraining, een temposessie. Daarna is het gewoon wat loslopen, afbouwen en focussen, want het zware werk is al gedaan.” Volledige rustdagen worden daarbij vermeden. “Neen, ik loop wel elke dag nog. Woensdag dus zes keer anderhalve kilometer, donderdag 14 kilometer duurloop en op vrijdag en zaterdag telkens 12 kilometer.”
Die aanpak is bewust gekozen. “We hebben gemerkt dat als je het plots volledig afbreekt, je het ritme soms wat kwijt bent. Daardoor hebben we er nu voor gekozen om licht te blijven lopen.” Toch blijft er spanning voelbaar. “Op zich ken ik de code wel, maar het is voor mij toch ook wat spannend. Mijn laatste marathon was het EK in Leuven, alweer bijna een jaar geleden. Dat maakt de marathon altijd wel een beetje speciaal.”
Die bijzondere status van de marathon blijft, ongeacht ervaring. “Het blijft toch altijd een beetje nieuw, ook al heb ik er misschien al tien gelopen. Maar dat maakt het ook wel wat leuk. ”De komende wedstrijd wordt extra speciaal, aangezien het de eerste keer is dat hij tweemaal dezelfde marathon loopt. “Het is voor mij de eerste keer dat ik eenzelfde marathon twee keer loop. Mijn record is daar gelopen, maar het is tijd om daar toch een stuk af te doen.” Het vertrouwen is aanwezig, gevoed door sterke trainingsdata. “Fysiologisch ben ik beter dan ooit. De tijden die ik nu loop op trainingen en in wedstrijden liggen ver uit elkaar met toen.”
Die progressie vertaalt zich ook in concrete prestaties. “In het jaar van mijn PR liep ik 64’12” op de halve marathon tijdens het BK in Gentbrugge. Nu liep ik daar een pak sneller: 61’40”. Ook mijn 10 kilometer was toen amper 30 minuten, terwijl ik dit jaar in Schoorl een minuut sneller ging.” Toch wijst hij op de grilligheid van de discipline. “Maar het blijft een marathon.”

De keuze voor Rotterdam is volgens hem logisch. “Dit is echt wel een goede periode om een marathon te lopen. Londen zou eventueel kunnen, maar dat parcours vind ik toch een stukje zwaarder.” Ook praktische overwegingen spelen mee. “Het is niet zo ver rijden, waardoor je weinig energie verliest. De groepjes zullen waarschijnlijk iets kleiner zijn dan in Valencia, wat het aangenamer maakt. Je zit minder in het gedrum.” Daarnaast is er ook familiale steun mogelijk. “De familie kan komen kijken, dus alles bij elkaar was dat een logische keuze.” De voorbereiding richting wedstrijddag verloopt zo rustig mogelijk. “Ik vertrek pas zaterdag, zodat ik niet te veel in de drukte moet zitten.”
Het wedstrijdplan is helder, maar behoudt ruimte voor aanpassing. “We hebben het geluk dat Robin Hendrix onze haas zal zijn. Het doel is om niet te zot te doen en niet te veel risico te nemen.” De richttijd ligt rond de 2u09’30” à 2u10’. “We gaan iets terughoudender starten, met een doorkomst halfweg rond de 64’30”. Dat is misschien wat aan de veilige kant, maar we hopen ons op het einde nog goed te voelen en eventueel een sneller tweede deel te lopen.” Wat de omstandigheden betreft, blijft hij nuchter. “Ik heb het eigenlijk nog niet echt gecheckt. Hier in Gent is er wel wat wind, dus ik hoop dat die gaat liggen. Verder lijkt het niet regenachtig, niet te warm en niet te koud, dus ideaal.”

Opvallend is dat de EK-limiet van 2u07’30” geen expliciet doel vormt. “Neen, zeker niet. Dat is absoluut geen doel geweest. Het blijft ook een absurde limiet.” Volgens hem is de timing problematisch. “Als we dat nu in april moeten lopen, zouden we erna direct opnieuw moeten opbouwen en dat gaat gewoon niet.” De focus ligt daarom op een duurzame aanpak. “We gaan eerder ons verstand gebruiken en waarschijnlijk richting het najaar kijken om een nieuwe marathon te plannen.” Ook de motivatie om via ranking alsnog een EK-ticket te bemachtigen is beperkt. “Waarom zouden wij ervoor moeten lopen als ze er zelf niet achter staan om atleten te sturen?” Hij verwijst daarbij naar eerdere successen. “Op het EK in Leuven hebben we een uniek moment beleefd door als team zilver te behalen. Dan zou je verwachten dat ze daarop verder bouwen.”
Wat hem dan wel drijft? Een duidelijke doelstelling. “Die 2u10’ is echt wel een magische grens waar ik graag eens onder zou duiken.” Daarnaast blijft ook de Olympische droom leven. “Hopelijk kan ik nog een stap zetten en in Valencia of een marathon nadien er nog wat afpeuzelen.” Zijn vertrouwen is groot. “Die 2u10’17” is nu drie jaar geleden en ik ben zoveel sterker. Het is niet gezegd dat ik er meteen een groot stuk af doe, maar ik voel me gewoon veel beter.” Hij benadrukt dat er nog progressie mogelijk is. “Ongeacht het resultaat zondag denk ik dat er nog een serieuze sprong in zit.”
Naast het sportieve luik heeft hij recent ook een belangrijke keuze gemaakt. “Mijn doctoraat is afgerond. Sinds de periode voor Valencia ben ik volledig gefocust op het lopen.” Een klassieke job combineert hij voorlopig niet met zijn carrière. Op financieel vlak kiest hij bewust voor zelfstandigheid. “Ik was niet echt op zoek naar een sponsor. Ik denk dat je als atleet moet nadenken hoe je je carrière duurzaam maakt.” Daarom zet hij in op begeleiding van recreatieve lopers. “Dat doe ik ook samen met Dorian Boulvin. We willen onze eigen boontjes kunnen doppen en op eigen benen staan.” Die aanpak biedt flexibiliteit. “We kunnen dat vanop afstand doen, we hoeven nergens fysiek te zijn. Voor andere atleten is dat volgens mij ook the way to go. Hetzelfde geldt voor de clubs die betaalde werknemers in dienst nemen en hiervoor eerst naar de eigen atleten kijken om hen ook zo een beetje te kunnen ondersteunen. Als hen dan de vrijheid kan gegeven worden om hun trainingen te plannen en op stage te gaan zijn dat wel zaken waar atleten in de toekomst over moeten nadenken.” Hij pleit voor een toekomst waarin atleten minder afhankelijk zijn van externe partijen en meer autonomie krijgen.

De voorbereiding richting Rotterdam kende ondanks alles enkele hindernissen. “Richting Valencia heb ik een spierscheur opgelopen en daarna ben ik op reis vertrokken. Twee maanden heb ik niet zo veel kunnen doen.” Toch kon hij terugkeren op dat niveau. “Blijkbaar heb ik kunnen teren op die conditie van voordien, al heb ik tijdens de heropbouw wel wat gesukkeld met onevenwicht.” Dat had ook praktische oorzaken. “Ik zat in Mexico, echt in de brousse, zonder krachtzaal in de buurt waardoor ik mijn oefeningen niet kon doen. Dat onevenwicht heeft me tijdens de voorbereiding parten gespeeld.” Desondanks overheerst tevredenheid. “Maar kijk, we zijn er geraakt.”
De trainingsvorm in de laatste weken stemt hoopvol. “De trainingen laten uitschijnen dat ik fysiologisch op mijn hoogste niveau ooit zit.” Hij geeft een concreet voorbeeld: “We deden drie keer 7 kilometer aan 3’05”, 3’03” en 3’02” per kilometer, met 500 meter joggen tussen. Dat ging nog heel gecontroleerd, na een zware trainingsweek.” Ook het volume lag hoog. “Als je het alternatieve werk omzet, ging ik richting de 200 kilometer in piekweken. Gemiddeld zaten we eerder rond de 160 à 170 kilometer per week de afgelopen 2-3 maanden.”
Na de marathon volgt er nog een korte competitieprikkel. “Normaal loop ik twee weken later de Ten Miles in Antwerpen.” Al blijft hij realistisch. “Je zit dan wat in verval na de marathon en die inspanning is moeilijk te vergelijken.” Daarna volgt rust. “Voor mij stopt het daar en bouwen we rustig op richting het najaar.” Een zomerse wedstrijd zoals de Bashir’s Summer Run lonkt, maar komt wellicht te vroeg. “Moest die in augustus vallen, was het misschien anders geweest.” Toch spreekt het evenement hem aan. “Er is altijd veel enthousiasme langs de kant en dat stuwt je vooruit, net als wat ik verwacht in Rotterdam.”
Met vertrouwen, maar ook met realisme kijkt hij vooruit. De vorm is er, de ambitie ook. Nu rest enkel nog de vraag of alles op de juiste dag samenvalt.


















