Dorian Boulvin trekt met vertrouwen naar de marathon van Rotterdam na een vlekkeloze voorbereiding samen met Thomas De Bock, waarin hij hoge trainingsvolumes combineerde met gerichte stages en testen. Op een van de snelste parcoursen van Europa mikt hij op een tijd rond 2u09’, met steun van een sterke groep en haas Robin Hendrix. Ondanks een licht teleurstellend persoonlijk record in Valencia blijft hij ambitieus en vastberaden om progressie te maken richting de absolute top, met als ultieme doel deelname aan de Olympische Spelen.

Met de marathon van Rotterdam in het vooruitzicht leeft Dorian Boulvin met vertrouwen toe naar zondag. De voorbereiding verliep namelijk bijzonder vlot en zonder noemenswaardige problemen. “We hebben een heel goede voorbereiding gehad. Ik zeg ‘wij’ omdat ik bijna alles samen met Thomas De Bock heb gedaan. We zijn alleszins klaar om een goeie wedstrijd te lopen zondag.” Het feit dat alles volgens plan is verlopen, zonder blessures of tegenslagen, zorgt ervoor dat hij met een goed gevoel aan de start verschijnt.

De keuze voor Rotterdam is er één met een duidelijke reden. Het parcours staat bekend als een van de snelste van Europa en vormt daardoor het ideale decor om op zoek te gaan naar een persoonlijk record. In dat rijtje schaart Boulvin ook marathons als Valencia en Sevilla. Bovendien ligt Rotterdam relatief dicht bij huis, wat het praktisch maakt in de aanloop naar de wedstrijd. De prestaties van landgenoten zoals Bashir Abdi en Koen Naert, maar ook van trainingsmaat Thomas De Bock – wiens persoonlijk record nog steeds uit Rotterdam dateert – bevestigen het potentieel van deze wedstrijd.

Foto: Jolien De Bock

Toch begon Boulvin zijn marathon- en wegcarrière niet uitsluitend op dit soort snelle parcoursen. In het verleden koos hij ook voor wedstrijden op minder evidente locaties, zoals Polen en Tsjechië. Die keuzes waren echter vaak het gevolg van uitnodigingen en opportuniteiten, eerder dan een bewuste zoektocht naar snelheid. Hij nuanceert die evolutie dan ook: zijn allereerste marathon liep hij bijvoorbeeld al in Valencia, al geeft hij toe dat die misschien net iets te vroeg kwam in zijn carrière. Nadien verschoof de focus tijdelijk naar halve marathons, waarin hij internationale ervaring opdeed. Zijn terugkeer naar de marathon kwam er via Warschau, met een heel specifieke insteek. “Het was niet de bedoeling om super snel te lopen, maar gewoon om ervaring op te doen.” In een wedstrijd met enkel Europese lopers kon hij meestrijden voor de overwinning, en precies daar groeide zijn liefde voor de marathon. Sindsdien volgden meerdere marathons, waaronder het EK in Leuven en opnieuw Valencia.

Hoewel een overwinning in Rotterdam wellicht niet realistisch is, haalt Boulvin veel motivatie uit het sterke deelnemersveld. Samen aan de start staan met Belgische toppers als Abdi en Naert geeft extra drive. “Het is altijd een eer om naast de voorbeelden voor deze generatie plaats te nemen.” Hij benadrukt hoe zij het niveau van de Belgische marathon naar een hoger niveau hebben getild. Waar vroeger tijden rond 2u20’ al toonaangevend waren, hebben zij bewezen dat ook Belgen kunnen meedraaien op Europees en zelfs wereldniveau.

Voor de wedstrijd zelf ligt er een duidelijk plan op tafel. Samen met Thomas De Bock wil hij mikken op een tempo richting een eindtijd rond 2u09’. Daarbij krijgen ze hulp van Robin Hendrix, die als haas zal fungeren tot ongeveer kilometer 25. Het doel is om met een groep te lopen die dat tempo aankan, al blijft het afwachten hoeveel lopers effectief zullen aansluiten. Zeker bij de Nederlandse deelnemers is het nog onduidelijk wie dat niveau zal halen, al noemt Boulvin enkele namen die in theorie in die buurt zouden kunnen presteren.

De voorbereiding richting Rotterdam werd zorgvuldig opgebouwd. Na de marathon van Valencia in december volgde eerst een rustperiode, al verliep die niet volledig volgens plan. Door ziekte lag hij uiteindelijk bijna twee weken stil. Nadien werd de training rustig hervat, onder meer met behulp van een hoogtetent. Die aanpak is ondertussen vertrouwd voor hem en blijkt goed te werken. Begin februari volgde een eerste test tijdens de 10 kilometer in Schoorl, waar hij meteen een sterke prestatie neerzette. Vervolgens trok hij samen met Thomas De Bock en Robin Hendrix naar Monte Gordo voor een intensieve stage van meer dan twee weken, waarin het trainingsvolume aanzienlijk werd opgedreven. Eenmaal terug in België werd de laatste fase ingezet richting de marathon, met onder andere het BK halve marathon in Gentbrugge als tussentijdse prikkel.

Foto: Jolien De Bock

De trainingsarbeid in die periode was stevig. “In mijn piekweken ga ik richting de 185-190 kilometer per week.” Daarnaast blijft hij ook inzetten op alternatieve training en krachtwerk. “Meestal doe ik twee keer een uur krachttraining per week, met daarnaast nog drie à vier uur crosstrainer of fietsen. Dat komt neer op ongeveer 17 uur training.” Die combinatie zorgt ervoor dat hij niet alleen fysiek sterk staat, maar ook blessurevrij kan blijven.

Zijn vorige marathon in Valencia leverde weliswaar een persoonlijk record op, maar toch bleef hij op zijn honger zitten. “Een PR is altijd mooi meegenomen, maar objectief gezien was de verbetering niet echt groot.” Hij had duidelijk hogere ambities en mikte op een tijd onder de 2u10’. Volgens hem speelde een combinatie van factoren parten: een te grote groep, moeilijkheden bij bevoorrading en een tempo dat aanvankelijk iets te traag lag. “Ik dacht dat ik beter in vorm was en die sub 2u10’ zeker in de benen had.” Ondanks die ontgoocheling haalt hij ook positieve elementen uit die wedstrijd, zoals het feit dat hij, ondanks een lastig slot waarin hij alleen moest lopen, niet volledig stilviel.

Een terugkeer naar Valencia sluit hij dan ook zeker niet uit. Integendeel, door de sterke bezetting blijft het een aantrekkelijke wedstrijd voor wie echt snelle tijden wil lopen. “Als je richting 2u08’ of 2u07’ wil gaan, is het moeilijk om Valencia links te laten liggen.” Tegelijk wijst hij op de beperkingen van andere marathons, waar de densiteit vaak lager ligt en het moeilijker is om een geschikte groep te vinden.

Met het oog op de langere termijn blijft één doel centraal staan: deelname aan de Olympische Spelen. “De grootste droom is uiteraard nog steeds om ooit aan de Olympische Spelen te mogen deelnemen.” Hij beseft dat dit geen evidentie wordt, zeker gezien de sterke concurrentie in België en de onduidelijkheid rond limieten en selectiecriteria. Toch blijft hij ambitieus en kijkt hij zowel naar 2028 als 2032 als mogelijke kansen.

Binnen België ziet hij momenteel vooral Thomas De Bock als zijn grootste concurrent voor een eventueel derde olympisch ticket. Andere namen zijn moeilijker in te schatten, al sluit hij niet uit dat er nog verrassingen kunnen opduiken. Tegelijk ziet hij ook een voordeel in zijn eigen profiel. “Het voordeel dat ik heb, is dat ze allemaal wat ouder zijn dan ik, waardoor ik waarschijnlijk nog iets meer marge heb om te verbeteren.”

Foto: Ruben Redant

Met die ingesteldheid, een sterke voorbereiding en duidelijke ambitie trekt Dorian Boulvin naar Rotterdam, vastberaden om opnieuw een stap vooruit te zetten in zijn marathoncarrière en zijn limieten verder te verleggen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in