Home » Nieuws » Internationaal » Jonathan Sacoor: “2019 staat in het teken van de Tornados”
Jonathan Sacoor - Foto: Tomas Sisk

Jonathan Sacoor: “2019 staat in het teken van de Tornados”

Als er één atleet zichzelf in 2018 overtrof, dan was het Jonathan Sacoor wel. Sacoor werd op één september pas 19 jaar. De belofte van OEH werd derde op het WK indoor in Birmingham met de Belgian Tornados, Europees kampioen met de Belgian Tornados in Berlijn en wereldkampioen bij de junioren in het Finse Tampere. Op de Gouden Spike confronteerden we Sacoor met enkele van zijn uitspraken die hij op de Gouden Spike in 2017 voor ons in petto had.

In december 2017 had Jonathan Sacoor volgende woorden voor ons klaar: “Het WK voor junioren is absoluut met stip aangeduid. Daar wil ik koste wat het kost de finale halen. Het BR van Fons Brydenbach zou de kers op de taart zijn, maar daar houd ik me niet te veel mee bezig. Ik wil ook graag meedingen naar een plaatsje bij de Belgian Tornados op het WK indoor en op het EK in Berlijn. De concurrentie is echter moordend, dus ik begrijp het als ik bij de reserves beland.” Dat was de ontwapenende Sacoor in 2017. Alles draaide net iets anders uit.

4 maart 2018: Tornados behalen brons op WK indoor in BR

13 juli 2018: Sacoor stormt naar historisch goud op WK voor junioren

11 augustus 2018: Tornados snellen naar tweede opeenvolgende Europese titel

Drie hoogtepunten om u tegen te zeggen, maar wat had Sacoor daar nu in feite op te zeggen?

“Op het moment van die uitspraken had ik nog geen enkele indicatie gekregen dat ik in staat zou zijn tot grootse prestaties. Het indoorseizoen moest nog beginnen. Tijdens de winter heb ik toen wel beseft dat het goed zat. De IFAM Indoor waarin ik naast Dylan Borlée mocht starten, heeft me veel geleerd. Het was een eerste goede wedstrijd in een pittige winter. Birmingham was ongelooflijk, zowel qua prestatie als qua ervaring. Het moment waarop ik begon te beseffen dat ik met rasse schreden vooruitging, was tijdens de stage in Orlando, Florida. Ik stond na twee weken al op scherp en voelde me beter dan ooit tevoren. Het was tijdens die stage dat Jacques (Borlée, de coach van Sacoor; red.) tegen mijn ouders heeft verteld dat ik wereldkampioen bij de junioren kon worden. Daar voegde hij aan toe dat ik in staat was om een lage 45” te lopen. Ik dacht op dat moment: allemaal goed en wel, maar ik houd mijn voetjes op de grond”, aldus Sacoor.

De bronzen Tornados op het WK indoor in Birmingham – Foto: Erik Van Leeuwen

Onzekerheid troef na de stage

Na de stage in Florida keerde Sacoor terug naar België. Die terugkeer ging niet bepaald vlot. Tijdens zijn eerste races wou het maar niet vlotten bij de bronzen medaillewinnaar van het EK voor junioren in 2017.

“Na Orlando ben ik een beetje in een put gezakt. Mijn eerste race op de Interclub was echt niet goed. Het was toen ook tien graden, niet echt de omstandigheden waarop je hoopt tijdens het begin van je zomerseizoen. Op de IFAM behaalde ik mijn limiet en daarna kwam ik aan de start voor eigen volk in Huizingen. Na mijn opwarming kreeg ik te horen dat alle andere atleten zich hadden afgemeld, waardoor ik alleen zou moeten lopen. Jacques zei echter meteen: je bent opgewarmd, je gaat lopen. Ik had het geluk dat twee clubgenoten me toen enkele meters hebben vergezeld bij de start. Ik klokte af na 46”38, een tijd waar ik mee kon leven. Dat was echter mijn laatste wedstrijd voor het WK in Tampere”, vertelde de atleet van OEH.

Daarna was het opnieuw trainen geblazen voor de op dat moment 18-jarige junior. De laatste rechte lijn naar het WK voor junioren was ingezet.

“Jacques was al naar huis en ik bleef startjes oefenen”

“Dan kom ik op dat WK te staan en loop ik plots drie goede races. Al moet ik daarbij nuanceren dat er zelfs na de halve finale nog het nodige verbeterwerk nodig was. Voor de afreis naar Finland lukt er veel niet. Ik herinner me dat we op maandag met de delegatie zouden vertrekken. De zaterdag voorafgaand aan het vertrek moest ik nog een training afwerken om mijn, op dat moment, rampzalige start te verbeteren. Niks wou lukken. Ik heb toen zo’n 30 startjes gedaan, tot Jacques uiteindelijk naar huis is vertrokken. Ik ben toen startjes blijven doen. Op dat WK lukt het plots wel, alsof de stress van het moment me vleugels gaf. Ik kreeg ook de orders mee van Jacques om de halve finale te winnen, aangezien ik zo de Jamaicanen zou intimideren. Een laatste werkpunt was mijn tweede bocht, waarin ik vroeger tot wel één seconde verloor, om dan de laatste rechte lijn gevoelig sneller te lopen. Ik moest dus actief blijven in de bocht, iets wat perfect lukte in de finale”, verklaarde Sacoor.

Over die bewuste 45″03

In die finale (die u hier kan herbekijken, doorspoelen naar 3:22:30) had Sacoor niks te verliezen, aangezien de Jamaicanen dé uitgesproken favorieten in hun rangen hadden met Christopher Taylor en Chantz Saywers.

“Ik moest gewoon lopen voor wat ik waard was. Het ging bij mij vlot en de Jamaicanen gingen overmoedig van start, misschien omdat ze bang waren. De laatste rechte lijn was de beste uit mijn leven. Het zag er voor de buitenwereld makkelijk uit, maar vanbinnen stortte ik helemaal in. Mijn lichaam was vanbinnen als het ware aan het wenen. Alles verkrampte en dan kom je over die finish om te beseffen dat het je gelukt is”, ging de atleet voort.

Sacoor gesandwicht door de Jamaicanen op het WK voor junioren. – Foto: Erik Van Leeuwen

Na zijn individuele driedaagse volgden er nog twee races met de jonge Belgian Tornados, die met een gelukje in de finale geraakten.

“Die 4x400m heeft me meer pijn gedaan dan mijn individuele prestaties, maar voor de teamspirit heb je veel over. Ik trok met meer ervaring dan de andere mannen naar de reeksen. Rayane (Borlée; red.) kreeg overigens een stevige duw van één van de Jamaicaan. Het was geen vlekkeloze reeks, maar ik besloot om die laatste Japanner toch te grazen te nemen. Iets wat ons uiteindelijk de finale zou opleveren. Na die reeksen heb ik wel een half uur op de grond gelegen. Toen het verlossende nieuws kwam, kreeg ik amper mijn armen de hoogte in. In de finale hebben we getoond dat we daar ook effectief thuishoorden”, zei de Belgian Tornado.

De drang om zichzelf te bewijzen

Na Tampere kreeg Sacoor te kampen met een dipje. De ongelooflijke prestaties in Finland eisten hun tol. Een 200m in Ninove werd geschrapt. De atleet wou zichzelf echter bewijzen tegenover het grote volk, opdat zijn wereldtitel niet louter als een gelukje zou worden bestempeld.

“Na Finland heb ik serieus afgezien hoor (grijnst; red.). We zijn in allerijl toch nog op stage geweest naar Valbonne  omdat Jacques het nodig achtte. Dat heeft zo’n verschil gemaakt. Hoe hij ons daar heeft klaargestoomd, was ronduit magistraal en dat zonder echt te trainen. Dagelijks stond er cryotherapie, een bezoek aan de kinesist en zoveel meer op de planning. Iedereen kwam er tot rust en ik begon te hopen dat ik in Berlijn mijn vorm van Tampere zou kunnen nabootsen”, luidde het bij Sacoor.

In Berlijn stond de 4x400m met de Belgian Tornados op de planning. Kevin en Jonathan Borlée schittereden individueel met zilver en brons, waardoor de sfeer binnen het team hoge toppen scheerde.

“Kevin zei me dat Hudson-Smith meteen een gesprek zou proberen aanknopen”

Foto: Jeroen De Meyer

“Een 4x400m mogen lopen werkt enorm bevrijdend in mijn geval. De stress loop ik haast letterlijk van mij af. Het feit dat je met vrienden, die je onvoorwaardelijk steunen, aan de start komt, is zo goed voor het zelfvertrouwen. Iedereen stond op scherp en ik werd er zelfs een beetje overmoedig door, aangezien ik in een interview vertelde dat het goud ons bijna niet kon ontglippen. Jacques heeft me toen, volkomen  terecht, op de vingers getikt. Vijf minuten voor de finale kreeg ik te horen dat ik tegen Matthew Hudson-Smith zou lopen. Hij was de enige man die beter was dan Kevin en Jonathan, dus dat gaf wel de nodige stress. Kevin kwam meteen naar mij om te zeggen dat Hudson-Smith vaak probeert te intimideren door te beginnen praten over allerlei zaken. Dat was ook het geval. Het enige wat Jacques me nog zei was: laat je vooral niet klein maken en probeer voor de Brit te blijven. Ik bleef hem voor, misschien omdat hij wat nonchalant met zijn krachten omgesprongen had. Ik bewees door hem af te houden wel dat ik geen eendagsvlieg ben: mission accomplished”, vertelde Sacoor.

Het heerlijke thuispubliek

De AG Memorial Van Damme werd een wel erg smakelijke kers op de taart. Met 45”59, nota bene zijn tweede chrono ooit, bleef hij voor eigen volk Kevin Borlée voor.

“Ik wou per se lopen op de Memorial, ondanks dat ik wat last ondervond aan mijn voet. Na het nodige aandringen bij Jacques kreeg ik groen licht. Het gaf me de laatste boost van de zomer. Het werd nog lekker spannend tegen Kevin, want ik had eerst niet door dat we zo dicht bij elkaar liepen”, klonk het bij de sprinter.

Op de persconferentie na die Memorial kwamen de doelen van 2019 ter sprake. Toen Sacoor het EK voor beloften vernoemde, werd hij snel teruggefloten door Maître Jacques Borlée.

Jonathan Sacoor in omhelzing met Kevin Borlée – Foto: Golazo (Tomas Sisk)

“Ik weet dat ik dan in alle euforie zei dat ik graag het EK voor beloften wou lopen. Al besef ik nu dat het onmogelijk is om daar individueel goed te zijn, zonder de World Relays of het WK in Doha te verwaarlozen. Ik hoop dat ik het EK voor beloften wel mag lopen met de 4x400m, want we beschikken echt wel over een sterk kwartet. De rest van 2019 zal in het teken staan van de Tornados met die World Relays in Japan en het WK in Doha. Ik laat naar alle waarschijnlijkheid mijn individuele doelen varen, om samen met tweeling nog te schitteren op wat hun laatste WK kan worden. Kevin en Jonathan hebben stilaan recht op een ‘normaal’ leven, maar dat is voor na Tokio”, verklaarde de atleet.

Voorjaar in de Verenigde Staten

Begin 2019 trekt de wereldkampioen bij de junioren de plas over. Hij gaat er studeren aan de Universiteit van Tennessee.

“De keuze voor Tennessee was snel gemaakt, aangezien Ken Harden daar trainer is. Harden werkte in het verleden al vaker samen met Jacques. Bovendien gaat het om een universiteit met geweldige faciliteiten. De records op de korte sprint staan er héél scherp, dankzij ene Christian Coleman (die op de Memorial vriend en vijand verbaasde door naar 9”79 te knallen; red.). Op de 400m is het 44”40 als ik het me goed herinner. Dat is nog haalbaar hé (lacht; red.). De wedstrijden die ik voor Tennesee betwist zijn niet zo van belang. Ik zal er normaal zes lopen in het NCAA-circuit. Daarna staan de World Relays al voor de deur, gevolgd door een rustperiode. Na die rustperiode is het één rechte lijn richting het BK, of de Memorial. Daarna trekken we als team naar Doha”, besloot Sacoor.

Geef een reactie