Home » Nieuws » Internationaal » Pieter-Jan Hannes: “Op een bepaald niveau wordt topsport opnieuw onlogisch” [longread]
Pieter-Jan Hannes - Foto: Jeroen De Meyer

Pieter-Jan Hannes: “Op een bepaald niveau wordt topsport opnieuw onlogisch” [longread]

Pieter-Jan Hannes kwam afgelopen zondag nog niet in actie op de Structabo CrossCup Relays in Gent. Hannes, die volgende week 26 wordt, komt wel aan de start tijdens de manches in Mol en Roeselare. Een deelname aan het EK veldlopen sluit de hij absoluut niet uit, al weet hij dat het niveau erg hoog ligt. Wij hadden een uitgebreide babbel met Hannes waarin er plaats was voor een ruime terug- en vooruitblik. Zo heeft de atleet het onder meer over het fameuze puntensysteem, dopinggevallen op de 1500m en het feit dat ons land goed boert op vlak van afstandslopers.

Zomerseizoen 2018: “Had beter verwacht, maar moet tevreden terugblikken”

Pieter-Jan Hannes kende een zomer met ups en downs. De atleet kwam op de Nacht van de Atletiek in de buurt van de EK-limiet op de 1500m met 3’38”28. Dat EK behoorde absoluut tot zijn doelstellingen, maar het werd dus net niet voor de atleet van OLSE.

“Op het eerste gezicht had ik het beter verwacht en op beter gehoopt. Nu kijk ik met een bepaalde fierheid naar mijn zomerseizoen. Als ik kijk wat er op een jaar tijd is veranderd, dan lijkt me dat redelijk. Al moet ik ook zeggen dat ik met een chrono van 3’38 niet veel meer ben, aangezien mensen meer van mij gewoon zijn. Ergens had ik gedacht dat het allemaal net dat tikkeltje vlotter zou gaan. Ik mag daarin niet vergeten dat ik nog altijd geen volledig jaar onder de vleugels van Theo (Joosten, zijn nieuwe coach sinds eind 2017; red.) zit. Daar heb ik een bepaalde onderschatting gemaakt. Ik moest namelijk niet alleen terugkomen van een bijzonder lange blessureperiode, maar voerde bovendien ook een trainerswissel door. Die twee zaken vergen tijd, veel tijd”, vertelt Hannes.

Pieter-Jan Hannes tijdens de Flanders Cup in Ninove – Foto: Jimmy Cailly

Hannes kwam vaak aan de start van wedstrijden in de wetenschap dat hij met zijn huidige trainingsvorm tot degelijke prestaties zou kunnen komen. Dat vlotte echter minder dan hij oorspronkelijk dacht.

“Ik trok naar wedstrijden met het gevoel dat het goed zou gaan en het wel zou lukken, maar de wedstrijd zelf viel dan vaak tegen. Het is alsof mijn goede fysieke beheersing van mijn discipline het mentaal een stuk moeilijker maakte. De 1500m is en blijft een bizar nummer. Ik zou zelfs durven stellen dat topsport op een bepaald niveau opnieuw onlogisch wordt. In Heusden en Ninove beleefde ik echter wel twee races waar het mentale plaatje klopte. Ik was ook twee keer ‘volledig choco’ na die races. Het heeft een halve zomer geduurd om dat gevoel opnieuw te ervaren. Het ander systeem dat Theo hanteert zal daar ook ergens meegespeeld hebben, aangezien ik daar pas in de winter van 2017-2018 echt kennis mee heb leren maken. Ik gebruikte mijn trainingen van vroeger als een soort van referentie, wat eigenlijk niet langer strookte met de atleet die ik was geworden door die nieuwe aanpak. Zowel in Heusden, als in Ninove moest ik meer doen dan louter de limiet lopen, aangezien de derde gekwalificeerde, Peter Callahan, een volle seconde sneller was op dat moment. In Ninove hebben we alles of niks gespeeld, maar achteraf vond ik het zeker geen slechte race”, dixit de 26-jarige atleet.

Rustperiode tijdens EK in Berlijn

Na de Flanders Cup in Ninove volgde een bewust gekozen rustperiode. Het EK atletiek in Berlijn zorgde voor een verlamming op vlak van internationale wedstrijden, waardoor het voor Hannes weinig zinvol leek om nog door te gaan.

“Ik kon absoluut nog races lopen, maar waarvoor zou ik het dan doen? Voor niks hé, want zelfs als ik nog pakweg een hoge 3’36 zou hebben gelopen, dan was ik er nog niks mee geweest. Het was wel vreemd om zo vroeg mijn seizoen te stoppen. Die keuze was uiteraard ook in het teken van de winter. Al zijn de weken en maanden ondertussen voorbijgevlogen”, gaat de atleet voort.

Het schitterende EK van de Belgen beleefde hij dan ook anders dan hij zelf had gehoopt. Hannes bleef echter de Belgische delegatie in Berlijn volgen.

“Berlijn heeft bewezen dat een aantal Belgen niet zomaar een stap, maar een heuse sprong voorwaarts hebben gezet. Voor Hanne Claes was Berlijn één grote opsteker met zelfs twee hoogtepunten. Koen Naert en Bashir Abdi waren ronduit super, maar de prestatie van Soufiane Bouchikhi (zesde plaats; red.) op de 10.000m werd wat onderschat. Bovendien ontbrak met Philip Milanov een vaste waarde. Thomas Van der Plaetsen viel dan weer geblesseerd uit. Ik denk dat het als atleet nog altijd moeilijk lijkt om te beslissen om niet naar een kampioenschap te gaan, als je voelt dat je vorm echt niet goed is. Daar zou ik de eer aan mezelf laten, aangezien zelfkennis een schone deugd is”, verklaarde Hannes.

“Op mijn eigen afstand, de 1500m, zag ik absoluut geen generatieswitch, op het Noorse wonderkind Jakob Ingebrigtsen na, maar dat is een geval apart. Die was nog niet eens 1m50 toen ik voor het laatst een kampioenschap liep (lacht; red.). Het blijven grotendeels dezelfde atleten op ‘mijn afstand’, wat mij toch een gevoel geeft dat ik er thuishoor. Ik word trouwens vaak onterecht tot de generatie van pakweg Bashir en Koen gerekend, terwijl ik eigenlijk tot de generatie-Nafi behoor. Ik ben nog geen ‘oude zak’ he (lacht; red.)”, klonk het opgetogen.

De laatste rechte lijn van de 1500m-finale in Berlijn met uiterst rechts de latere winnaar Jakob Ingebrigtsen – Foto: Jeroen De Meyer

Het fabelachtige wereldrecord op de marathon van Eliud Kipchoge sprak Hannes uiteraard aan. Het deed hem ook nadenken over de toekomst van de afstand.

“Het stond in de sterren geschreven dat Kipchoge zo’n chrono ging lopen. Ik zag maar twee atleten in staat om dat WR te pakken en dat waren Kipchoge en Kenenisa Bekele, al is die laatste niet zo regelmatig. De komst van Mo Farah roept bij mij de vraag op of hij eveneens het verlammende effect zal hebben op de grote marathons in vergelijking met de tijden op de 5.000m en 10.000m tussen 2011 en 2017. Het is toch opvallend dat Farah verdwijnt en op de Memorial de beste 5.000m ooit in de breedte wordt gelopen. Op uitzondering van Barega ging het om mannen die allemaal al tegen Farah hadden gelopen. Eigenlijk wil ik eens een marathon zien tussen Kipchoge, Farah en Bekele zonder hazen. Wedstrijden zonder hazen mogen er van mij trouwens meer komen”, verduidelijkte Hannes.

Over het nieuwe selectiesysteem: “Absoluut een voorstander”

Het puntensysteem kan voor een verandering zorgen binnen de sport, maar een heuse revolutie lijkt niet aan de orde.

“Ik ben altijd al een voorstander geweest van het puntensysteem, waarmee vanaf 2019 zal gewerkt worden. Zo’n systeem zegt veel meer dan een wereldranglijst. Het werkt ook een dopingvrije sport in de hand. Vijf keer degelijk presteren gaat beter zijn dan één absolute uitschieter. Bepaalde wedstrijden, zoals een BK bij ons zullen heel wat punten kunnen opleveren. Dat zorgt ook voor een verhoging van het niveau op zo’n BK, wat alleen maar positief voor de sport is. Ik vermoed wel dat er een soort tendens zal komen in verband met organisaties die hun landgenoten zullen beschermen. Om het met een stom voorbeeld duidelijk te maken: als de familie Ingebrigtsen op de plaatsen 38,39 en 40 staat op de ranking van de 1500m, dan zullen ze in Oslo nooit de nummers 41,42,43 en 44 uitnodigen. Een soort van protectionisme, maar dat is al enigszins aanwezig”, verklaarde de atleet.

2018 was ook het jaar waarin één hele grote naam en een minder grote naam betrapt werden op het gebruik van doping. De grote vis was niemand minder dan Asbel Kiprop en de iets kleinere vis, Sadik Mikhou, maakte in 2017 en 2018 toch furore.

“You have got to pick your battles”, Nick Willis.

“Dat is frustrerend hé. Ik stel me dan ook de vraag of die mannen, die al op het einde van hun carrière zitten, dan pas zijn beginnen pakken. Dat zou eigenlijk nog zieliger zijn. Ik ben één keer heel dicht bij Kiprop geweest en dat was in Olso op de Dream Mile. Ik durf echter zeggen dat ik op die dag ook heel wat gedopeerde atleten ben voorgebleven. Mensen met een beetje kennis zullen wel weten dat een bepaalde atleet met een fel besproken coach op die dag een WR wou aanvallen… Die dag in Oslo was zo’n dag waarop je als ‘Caukasian white male’, zoals ze het in de Verenigde Staten uitleggen, een beetje kans maakt om de Afrikanen voor te blijven. Nick Willis omschreef me dat ooit eens met de woorden: ‘you have got to pick your battles’. De Afrikanen domineren een heel seizoen, maar als blanke atleet moet je die paar zeldzame kansen met beide handen grijpen. Je moet natuurlijk altijd het geluk aan je zijde hebben op zo’n moment. Op vlak van doping is het overigens in veel landen niet zwart-wit. De grijze zone is in mijn ogen het grote gevaar. Voorbeelden hiervan zijn Chris Froome in het wielrennen en Galen Rupp in de atletiekwereld. Hier is geen sprake van EPO of iets in die aard. Ze weten dat het gaat om zaken die net op, of over het randje zijn. Die TUE’s (therapeutische uitzonderingen; red.) zijn in mijn ogen het grote gevaar. De manier waarop bepaalde federaties met zo’n cases omspringen is vaak misselijkmakend”, aldus Hannes over het dopingprobleem.

Hannes met zijn manager Marc Corstjens, die na de Dream Mile in Oslo zijn BR aan zijn atleet moest afstaan – Foto: Personae Sports

De winter van 2018-2019 wordt voor Hannes een combinatie van het veld en de indoorpiste. Een bewuste keuze door het puntensysteem, maar ook omdat een hele winter in het veld niet nuttig is met het oog op de zomer.

“De beste Belgen kunnen elkaar echt een hele winter lang in de vernieling lopen tijdens de CrossCup”

“Het is contraproductief om een hele CrossCup te lopen als je in de zomer wilt schitteren. Het is een fantastisch initiatief, ongezien wereldwijd. Het prijzengeld is navenant, maar de laatste jaren moet je wel stevig lopen om kans te maken op die prijzen. Het goede nieuws deze winter vind ik dat al bevestigd werd dat er een 4x1500m-ploeg komt op het EK cross. In die ploeg moet Jeroen D’hoedt altijd zitten, zo simpel is het. Pistetijden doen daar weinig toe, aangezien het verschil tussen de piste en het veld enorm is. Ik heb me zelf ook beschikbaar gesteld voor het EK, zowel voor de Mixed Relays, als voor de lange cross. Die eventuele keuze zal genomen worden als er zowel op de Relays, als bij de senioren een sterk team aan de start kan kom. Soufiane heb je altijd nodig in een seniorenteam. Je eerste man maakt het verschil. Kimeli, D’hoedt, Tijtgat en Tasama kunnen het team enorm versterken. Het koersverloop in Roeselare zal veel bepalen. Toen ik het EK bij beloften in 2013 won, was Dries Basemans 40” na mij in Roeselare. Hij had op het EK in de top 20 kunnen finishen, die hoorde daar thuis. Dit jaar kan je zeggen dat er meer ploegen zullen worden gestuurd, aangezien het om een buurland gaat, maar eigenlijk zou het zo geen redenering mogen zijn. Op vlak van ploegen moet je bij de junioren zo gul mogelijk proberen zijn. Op die leeftijd kan zo’n beslissing een enorme impact hebben. Op die manier geef je heel wat atleten een duwtje in de goede richting om blijven door te zetten”, stelde de Europese kampioen in het veldlopen bij beloften in 2013.

“Bepaalde atleten moet je gewoon sowieso durven meenemen naar een EK veldlopen. Sommige atleten opteren om niet te pieken in Roeselare, wat snel een halve minuut kan schelen. Ik heb daarin het geluk gehad dat ik me steeds als belofte kon kwalificeren. Bovendien zijn de subtoppers in Roeselare nog beter dan gewoonlijk. In de breedte is die cross gewoon oersterk. De echte modderduivels komen in Roeselare naar voren. Jerry Van Den Eede was in 2000 en 2001 twee keer de beste in Roeselare. ‘De Jerry’ was een soort cultfiguur geworden, aangezien hij in Roeselare Van Hooste en co het vuur aan de schenen kon leggen, terwijl de rollen op het EK en de rest van het seizoen omgedraaid werden. Er lopen er ook nu rond in België die dat kunnen (knipoogt; red.)”, gaat de Belgische recordhouder op de mijl verder.

Pieter-Jan Hannes op de CrossCup in Mol in 2014 – Foto: Tomas Sisk

Het belang van wildcards op kampioenschappen

Soufiane Bouchikhi is echter out door een knieblessure, waardoor hier en daar vraagtekens geplaatst worden of hij in zijn topvorm zal terugkeren met het oog op het nakende EK veldlopen.

“In zo’n situatie vind ik dat we Soufiane de credits moeten geven, zodat hij zich niet kost wat kost moet bewijzen in Roeselare.  Als hij meedeelt aan de federatie dat hij goed zit, dan zou dat in mijn ogen mogen volstaan. De Borlées hebben ook al jaren gekend waarin de limiet halen niet altijd even makkelijk was, maar in Berlijn liepen ze iedereen naar de zak hé, op uitzondering van Hudson-Smith dan. De Britten hanteren een interessant systeem op dat vlak. De twee beste performers gaan, plus iemand die er staat op kampioenschappen. Nu ik toch bezig ben over wildcards. Voor Tokio heb je met Koen, Bashir en eventueel Soufiane een enorm sterk collectief voor een marathonploeg. Daarmee behaal je op kampioenschappen een teammedaille. Mijn trainer wees me erop dat tijdens het EK twee Belgen in de buurt van 2u16 hadden moeten finishen om een ploegmedaille binnen te halen. Moge het net in België zijn dat we heel wat atleten hebben die daartoe in staat zijn. Zonde toch, dat had zomaar een extra medaille geweest”, analyseerde de man met de haarband.

Het niveau in België op de 1500m zit de laatste jaren in de lift. Die groei kwam er mogelijks door de goede prestaties van Tarik Moukrime en Hannes zelf in 2014.

“Doorheen de jaren is er in België een misperceptie ontstaan over tijden. Wie 3’40 loopt op 1500 is goed, maar als je 1’47”00 loopt op een 800, dan ben je haast een held terwijl die tijden qua punten exact hetzelfde betekenen. Na 2014 zijn er heel veel atleten geweest die dachten ‘we gaan die mannen (Moukrime en Hannes; red.) hun tijden de komende jaren wel pakken’. Ondertussen is Ismael Debjani de enige die beter dan ons heeft gedaan. Wat ik deels jammer vind overigens is dat jonge atleten zich gaan spiegelen aan onze jeugdtijden. Als scholier bakte ik er echt gewoon nog niks van (lacht; red.). Als jongeren echt iets willen leren van mij, dan hoop ik dat ze kijken naar de fouten die ik in het verleden heb gemaakt en niet naar mijn tijden. Dat laatste kan onze sport soms echt verzieken”, nuanceerde hij.

Hannes op de Nacht van de Atletiek in 2014, waar hij zijn snelste 1500m tot nu toe liep – Foto: Tomas Sisk

Blik op de toekomst

Hannes denkt ook vaak bewust na over hoe het met de atletieksport gaat in België.

“We zijn gewoonweg enorm goed bezig hé. Kijk eens naar de Nederlandse mannen op het EK in Berlijn. Kupers was er niet, Nageeye viel uit in de marathon en voor de rest was het huilen met de pet op. Bij ons is het pure luxe qua niveau op de afstandsnummers. Zij hebben weliswaar Maureen Koster, Sifan Hassan en Susan Krumins bij de vrouwen. Iets wat wij voorlopig niet kunnen zeggen. Ik vind het dan ook onterecht dat er zo weinig wordt ingezet van bovenaf op het afstandslopen. Wij komen in het beste geval drie (veld, indoor, zomer; red.) keer per jaar aan bod. Er zouden hier en daar wat meer plannen op lange termijn mogen zijn ter ondersteuning van het behoud van onze kwaliteit op de afstandsnummers”, vervolledigde de atleet

Volgende zomer lijkt de zomer van de waarheid te gaan worden en dat in het jaar waarin de hele kalender overhoop gegooid wordt. Zullen atleten op toptijden mikken, of eerder streven naar regelmaat, het zal zichzelf uitwijzen.

“Een BR neerzetten waar niet over ‘gezeverd’ kan worden”

“Ik denk dat door het puntensysteem het niveau erg hoog zal liggen van bij de start van de Diamond League. De Memorial Van Damme zal speciaal worden. In een ‘gewoon jaar’ is de Memorial de afsluiter. Volgend jaar wordt het de laatste springplank met het oog op het WK. Het blijft voorlopig puzzelen met het oog op de zomer. Ik vermoed echter dat Theo zijn aanpak zal lonen, waardoor ik op kampioenschappen beter uit de verf zal komen. Ik ga dus voor een aanpak waarin ik doorheen het seizoen net sterk genoeg zal zijn om me te kwalificeren. De finale lopen op het EK in zaal zal de eerste stap in de goede richting zijn. Aan het Belgisch record denk ik niet in 2019. Op termijn wil ik daar wel mijn record van maken, maar dan wil ik het meteen goed doen. Geen Belg heeft ooit al sub 3’33 gelopen. Iemand zal het dus moeten doen (knipoogt; red.)”, besloot een ambitieuze Hannes.

Geef een reactie