Home » Nieuws » Nationaal » IFAM Outdoor zorgt voor hele resem limieten [+uitslagen]
Jonathan Sacoor - Foto: Tomas Sisk

IFAM Outdoor zorgt voor hele resem limieten [+uitslagen]

De IFAM Outdoor heeft nog maar eens bewezen dat het één van de momenten van het jaar is om naar toe te leven. Er kwamen heel wat internationale limieten uit de bus voor onze landgenoten in Oordegem. De junioren zorgden voor het grootste aantal limieten. Voor enkele Belgen werd het een verhaal van “net niet”, al volgen er nog voldoende kansen voor hen. Een overzicht.

Limietenoverzicht

De eerste limiet voor ons land kwam op de naam van Michael Obasuyi te staan. Obasuyi klaarde de klus op de hoge horden bij de junioren door één honderdste beter te doen dan de WK-limiet met 13″69. In de finale deed hij nog één honderdste beter, ondanks een lichte tegenwind.

“Na de interclub zat ik even in de put, aangezien ik met een blessure uitviel en het qua timing echt niet goed was, maar ik ben blij dat ik hier vandaag twee keer onder de limiet duik. De komende weken wil ik sneller gaan en ritme opdoen. Ik droom van een chrono onder 13″50”, aldus de hordeloper van OEH.

De volgende naam hing in de lucht. Jonathan Sacoor snelde tijdens de baanronde naar een nieuw PR van 46″07. Hiermee kwalificeerde de junior zich zowel voor het WK voor junioren, als voor het EK in Berlijn. Al liet de sprinter uitschijnen dat hij volop mikt op het WK in zijn eigen categorie.

“Ik ben opgelucht dat ik zo’n chrono kan behalen. Het was zeker niet super vandaag. Ik kwam nog goed opzetten in de laatste rechte lijn, maar bij de start liet ik wat liggen. De komende weken en maanden ga ik op zoek naar het BR van Fons Brydenbach (45″85; red.). Ik kan zeker nog sneller”, vertelde Sacoor.

Na de baanronde mochten we ons opmaken voor de dubbele baanronde. Hierin toonde Camille Muls dat haar scherpe chrono vanop de GP Mingels geen toevalstreffer was. Met 2’05″49 deed de juniore 24 honderdsten beter dan de gevraagde 2’05″73 voor het WK voor junioren in Finland.

Camille Muls – Foto: Peter Wagemans

“De haas was voorzien om na één ronde in de buurt van 59″ door te komen, maar ik denk dat ik zo’n tijd aan de bel had en de haas liep nog een stuk voor ons. Ik zat daarna ingesloten, maar kon me in de laatste rechte lijn losmaken. Ik ben door het dolle heen én kijk nu al enorm uit naar mijn eerst internationale afspraak”, vertelde een dolgelukkige Muls.

Muls was niet de enige sterke junior op de 800m. Bij de heren mag Pieter Sisk voor de tweede keer de Belgische kleuren verdedigen. Sisk, die de afgelopen weken nog zijn tanden stuk beet op de scherpe limiet, dook vandaag onder 1’48 met 1’47″98. Voor het WK was 1’48″34 vereist.

“Eindelijk schiet ik raak na enkele weken waarin ik voelde dat het absoluut mogelijk was. Alleen mag je dat niet luidop zeggen, want dan lukt het meestal niet. Dit is het resultaat van enorm hard werken en jaren rustig opbouwen. Het is altijd een droom geweest om op het WK voor junioren te staan. Dat kampioenschap is gek qua niveau”, liet Sisk weten.

Eliott Crestan had de WK-limiet op zak, maar het EK in Berlijn leek zeker niet uitgesloten voor de atleet. Crestan ging in de snelste reeks van start. Na een ontzettend sterk slot finishte hij in een Belgisch record van 1’47″18. Geen enkele junior liep ooit sneller in ons land. Bovendien was die chrono ruim goed voor de EK-limiet, die voor atleten die belofte zijn, of jonger 1’47″60 bedraagt. Een geslaagde sessie dubbele baanronde voor onze junioren dus!

Eliott Crestan – Foto: Tomas Sisk

Daarna was het de beurt aan Tim Van de Velde op de 3000m steeple. Het toptalent liep voor het eerst dit seizoen een race met steeplebalken, maar daar was weinig van te merken. Hij klokte af na 8’49″89, waarmee hij zich verzekerde van het WK voor junioren. Daarmee was de atleet tevreden. Al denkt hij nog aan meer.

“Ik voelde me de afgelopen dagen niet echt lekker. Vandaag heb ik dan ook geprobeerd om zo soepel mogelijk te blijven. Dat ik dan zo’n chrono kan neerzetten opent perspectieven met het oog op een eventuele EK-limiet bij de grote mannen (8’40; red.). Dat laatste is een droom uiteraard. De komende weken kies ik voor andere afstanden. Ik wil de WK-limiet op de 1500m ook behalen.”, vertelde de man van DUFF.

De 1500m bij de vrouwen beloofde op voorhand al een spektakelstuk te worden. Het waren echter de beloften die voor extra kleur zorgde met in een hoofdrol Elise Vanderelst. De eerstejaarsbelofte nam het commando in handen bij de bel en snelde  autoritair naar de winst in 4’09″31. Daarmee deed ze ruim beter dan de gevraagde 4’12″00 voor het EK in Berlijn. Er was nog een reden tot vieren, aangezien Renée Eykens in haar zog ook onder die limiet dook met 4’11″33. Eykens was al zeker van Berlijn op de dubbele baanronde.

Elise Vanderelst – Foto: Tomas Sisk

“Het was zeker niet makkelijk om een snelle slotronde neer te zetten in mijn eentje, maar ik verbeter mijn PR met bijna drie seconden, dus ik moet enorm tevreden zijn. Naar Berlijn toe heb ik geen hoge verwachtingen. Ik moet nog heel veel leren en Berlijn zal daarvoor een unieke kans worden”, wist Vanderelst ons te vertellen.

Soufiane Bouchikhi zorgde tijdens de 5.000m voor de uitsmijter door met 13’29″11 net onder 13’30 te blijven. Daarmee werd hij vierde. Het Zwitserse wonderkind Julien Wanders was in het slot sneller en liep naar de tweede stek met 13’27″72. Voor het EK in Berlijn is 13’39″19 nodig, waardoor Bouchikhi na de 10.000m ook op de halve afstand de limiet in handen heeft, maar de atleet besefte dat die chrono waarschijnlijk niet zal volstaan om in Berlijn aan de bak te mogen.

“Het was een slordige wedstrijd vandaag. Ik ben niet echt tevreden, aangezien ik kostbare energie verloor door het onregelmatige haaswerk. Ik besef dat ik waarschijnlijk sneller zal moeten lopen dit jaar om in Berlijn de 5.000m te mogen betwisten. Voorlopig is alleen Isaac sneller, maar er zijn nog kapers op de kust”, liet Bouchikhi weten.

“Net niet”

Enkele van onze Belgen hadden minder geluk vandaag. Onder hen Hanne Claes, over haar prestatie kan u hier meer lezen. Haar teamgenotes bij de momenteel nog officieuze “Belgian Cheetahs” Camille Laus en Margo Van Puyvelde leverden allebei een knappe baanronde af. Het duo dook voor het eerst onder 53″ met respectievelijk 52″35 en 52″51. Voor het EK in Berlijn wordt 52″22 gevraagd, wat zeker voor Laus mogelijk lijkt de komende weken. Van Puyvelde schakelt opnieuw over naar de 400m horden waarin ze een gooi doet naar de EK-limiet. Later op de avond deed het bovenstaande trio in het gezelschap van Justien Grillet, die met 57″94 degelijk voor de dag kwam op de 400m horden, een gooi naar de EK-limiet op de 4x400m. De aflossingsploeg klokte, ondanks de snelle individuele tijden, af na 3’31″39. Voor het EK wordt 3’29″57 gevraagd, tenzij de ranglijsten daar anders over beslissen. Het Belgische kwartet moet sowieso sneller dan het handgestopte BR van 3’30″7 gaan om dus kans te maken op Berlijn.

Robin Vanderbemden kwam het dichtst in de buurt van een limiet. Hij liep tijdens de finale van de 200m naar een chrono van 20″63. Voor het EK zal de snelle man van SER nog één honderdste beter moeten doen. Jonathan en Dylan Borlée liepen in dezelfde reeks allebei naar 21″14. Dylan liep vervolgens een seizoensbeste van 46″36 op de baanronde.

Tarik Moukrime – Foto: Tomas Sisk

Op de 1500m bij de heren deden drie Belgen een gooi naar een snelle chrono. Tarik Moukrime zou uiteindelijk op slechts 19 honderdsten van de EK-limiet stranden met 3’38″29. Ook Pieter Claus en Ali Hamdi kwamen in de buurt met respectievelijk 3’38″71 en 3’39″20. De winst was weggelegd voor de Duitser Marius Probst in 3’37″07.

Andere hoogtepunten en vaste waarden

Eline Berings dook tijdens de finale van de 100m horden onder 13″ met 12″96 én dat met een lichte tegenwind. Over haar prestatie in de reeksen kan u hier meer lezen. Sarah Missinne kon haar PR dat ze op het KVV AC neerzette niet aanscherpen. De wind speelde haar ongetwijfeld parten. De atlete uit het Gentse mag met 13″31 en 13″40 wel tevreden terugblikken.

Eline Berings – Foto: Jeroen De Meyer

“Ik heb me nog nooit zo sterk gevoeld. Er is zeker nog ruimte voor progressie. Mits een gunstige wind vandaag zat er zeker een PR in. De komende weken gaat dat er hopelijk aan”, reageerde een hongerige Berings.

Bij de mannen was Koen Smet aan het feest op de hoge horden. De goedlachse Nederlander liep met 13″53 onder de EK-limiet. De beste Belg werd Denis Hanjoul, die met 13″99 ook goed was voor de eerste Belgische duik onder 14″.

“Dit is de beste Koen in 5 jaar. Technisch was het nog niet super, maar ik ben harstikke tevreden”, aldus Smet.

De Spanjaard, Bruno Hortelano, liep de 400m in de hoop om zijn PR van 45″96 aan te scherpen. De regerende Europese kampioen op de 200m behaalde zijn doel door in 45″67 te finishen. Alleen de Zuid-Afrikaan Thapelo Phora ging met 45″35 nog iets harder tekeer in Oordegem.

“Mijn focus gaat na vandaag opnieuw naar de 200m, want ik wil mijn Europese titel verdedigen in Berlijn. Deze meeting is wel fantastisch. Andere atleten hadden me de IFAM al aangeraden en ook mijn manager sprak vol lof over dit evenement. Ik kan het alleen maar bevestigen. De piste loopt heerlijk”, aldus de Europese kampioen.

Aaron Botterman finishte in zijn tweede 800m van het seizoen na 1’47″98 en heeft nog wat werk voor de boeg indien hij een gooi wil doen naar de EK-limiet van 1’46″70. Al was de relatief trage doorkomst na 400m de boosdoener in de zogezegd snelste reeks van de avond. Onze junioren en beloften vrouwen deden het uitstekend tijdens de dubbele baanronde en 1500m. Ook enkele atleten lieten van zich horen zonder limieten te behalen. Naast Camille Muls doken nog vier andere vrouwen onder 2″10. Riet Vanfleteren finishte na 2’06″28. Elea Henrard klokte 2’08″50 en Lotte Hellinckx liet de klok na 2’09″43 stoppen. In het voorprogramma was Febe Pardaens goed voor 2’08″47.

Naast Vanderelst en Eykens doken Sofie Van Accom, Louise Carton en Lisa Rooms onder 4’20 op de 1500m. Rooms zette 4’19″19 neer in de ondankbare tweede van drie reeksen, waarin duwen en trekken belangrijker leek dan lopen. Van Accom en Carton konden het jonge geweld in de snelste reeks niet aan en moesten met respectievelijk 4’15″72 en 4’18″98 naar huis.

Polsstokspringer Ben Broeders ging over 5m50 en besloot de lat vervolgens op 5m72 te leggen, wat een nieuw BR zou betekenen. Broeders had echter geen superdag, waardoor het niet wou lukken op die hoogte.

De volledige resultaten kan u hier terugvinden.

Geef een reactie